Ga direct naar de inhoud

Feiten van algemene bekendheid, witwas typologieën en indicatoren

Publicatiedatum 28-10-2015, 13:16

Door: Marjolein de Wit, AMLC, coördinator Kennis

In de praktijk van de witwasbestrijding wordt vaak gesproken over witwastypologieën, maar ook over indicatoren en feiten van algemene bekendheid in het kader van witwassen. Deze verschillende termen worden nogal eens door elkaar gebruikt. Dit kan verwarrend werken. Wat houdt ieder van die begrippen nu eigenlijk in? Kunnen ze gebruikt worden bij het komen tot een witwasverdenking of het bewijs van witwassen?

Feiten van algemene bekendheid
Een feit van algemene bekendheid behoeft geen bewijs volgens de wet (artikel 339 lid 2 W Sv). Het zijn grofweg gezegd feiten die iedereen kan weten. Feiten van algemene bekendheid kunnen bijdragen aan een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Maar uiteraard zijn feiten van algemene bekendheid alleen niet genoeg. Er zijn altijd specifieke feiten en omstandigheden nodig om tot een verdenking te komen.

De feiten van algemene bekendheid in het kader van witwassen kunnen betrekking hebben op alle bestanddelen van het delict witwassen. Dus op de bestanddelen: voorwerp afkomstig uit enig misdrijf, de verschillende witwashandelingen (bijvoorbeeld verhullen of overdragen) en de “wetenschap”.

Een voorwerp op naam stellen van een ander dan de werkelijke eigenaar strekt er toe eigendom te verhullen.[1] Dit wordt gezien als een feit van algemene bekendheid en heeft betrekking op het witwasbestanddeel verhullen. Het feit dat de handel in verdovende middelen enorme winsten in allerlei valuta in contant geld genereert wordt gezien als een feit van algemene bekendheid.[2] Het heeft betrekking op het bestanddeel “uit enig misdrijf afkomstig”.

Hieronder staan nog een aantal feiten van algemene bekendheid die in relatie tot witwassen van belang kunnen zijn:

  • Mensen die alleen leven van een uitkering kunnen hiervan vaak net rondkomen (Rechtbank Utrecht, 13-04-2011, LJN: BV9156).
  • Het voorhanden hebben van grote contante geldbedragen door particuliere personen is hoogst ongebruikelijk vanwege het risico op onder meer diefstal of brand (onverzekerd). Risico’s worden in het algemeen uitsluitend geaccepteerd als sprake is van het verbergen van crimineel geld (Rechtbank Utrecht, 30-06-2011, LJN: BV2694).
  • Vele vormen van criminaliteit gaan gepaard met grote hoeveelheden contant geld en Schiphol is een doorvoerhaven voor crimineel geld, waarbij veelal coupures die een hoge waarde vertegenwoordigen in omloop zijn, het gangbare (bancaire) betalingsverkeer wordt vermeden en het geld fysiek wordt vervoerd (Rechtbank Haarlem, 12-08-2011, LJN: BS8704). Zie ook ECLI:NL:RBNHO:2013:9532 en ECLI:NL:RBNHO:2013:9087.
  • Diverse vormen van criminaliteit, waar onder drugshandel, gaan gepaard met het genereren van grote hoeveelheden contant geld in doorgaans kleine coupures (Rechtbank Rotterdam, 26-07-2007, LJN: BB0516). Zie ook over de handel in cocaïne ECLI:NL:RBDHA:2014:16677.

Het feit dat coupures van € 500 veelal in het criminele circuit worden gebruikt werd gezien als een feit van algemene bekendheid. Inmiddels lijkt de lijn in de jurisprudentie dat het echter gaat om ‘slechts’ een indicator. Hier wordt verder op in gegaan bij de bespreking van indicatoren.

Typologieën
Witwastypologieën zijn min of meer objectieve kenmerken die, naar ervaring leert, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven. Vanuit eerdere gevallen zoals beschreven in de typologie is gebleken van witwassen.

Internationaal stelt de Financial Action Task Force (FATF) witwastypologieën of zogenoemde ‘red flags’ vast op het gebied van witwassen. In nationaal verband wordt ook gesproken over witwastypologieën. In de aanwijzing witwassen (2008) staat dat het OM en de rechter gebruik kunnen maken van witwastypologieën voor het bewijs van witwassen.

Wanneer een concreet geval kenmerken vertoont als beschreven in een typologie kan daaraan een vermoeden van witwassen worden verleend. Nationaal zien we op verschillende plaatsen witwastypologieën terugkomen. In de aanwijzing witwassen staan 22 typologieën opgenomen. Daarnaast mag de Financial Intelligence Unit (FIU) witwastypologieën vaststellen. Ook zien we witwastypologieën terug in de jurisprudentie.[3]

In de Memorie van Toelichting zijn ook een aantal witwastypologieën opgenomen:

  • Het ontbreken van een legale economische verklaring voor het wisselen van grote geldbedragen
  • Kennelijke bedoeling de meldgrens (bv. € 15.000,-) te ontduiken
  • Fysiek vervoeren van grote bedragen contanten brengt een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich mee
  • Weigeren om te verklaren over de herkomst van het geld
  • Kleine coupures omwisselen naar grote coupures.
  • Diverse vormen van criminaliteit gaan gepaard met grote hoeveelheden contant geld in diverse valuta

Indicatoren
Het laatste begrip is het begrip indicator. Een indicator kun je zien als een aanwijzing. In feite is een indicator het ruimste van de drie besproken begrippen. Onder de indicatoren vallen onder andere de feiten van algemene bekendheid en de witwastypologieën. Er zijn veel omstandigheden te bedenken die een indicator kunnen zijn voor witwassen. Veel van die indicatoren zijn uitgebreid beschreven in Belastingdienst indicatoren voor witwassen - 2013. In het document staan meer feiten van algemene bekendheid en witwastypologieën dan in dit artikel benoemd.

Over geld in coupures van € 500 is veel wisselende jurisprudentie geweest. Eind 2013 zegt de Hoge Raad dat de coupures van € 500 een sterke aanwijzing zijn voor het feit dat het gaat om geld met een criminele herkomst.[4] Het lijkt erop dat de Hoge Raad dit dus niet langer ziet als een feit van algemene bekendheid maar wel als een indicator voor witwassen.

In het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (WWFT) wordt ook gesproken over indicatoren. De begrippen objectieve indicatoren en subjectieve indicatoren worden gebruikt om richting de meldplichtige aan te geven wanneer er financiële transacties gemeld moeten worden bij de FIU. Deze indicatoren worden hier niet bedoeld en niet verder besproken, maar mocht je daar meer over willen weten klik dan hier.

De witwasindicatoren, feiten van algemene bekendheid en witwastypologieën kunnen worden gebruikt om te komen tot een verdenking van witwassen. Een witwastypologie kan in sommige gevallen direct leiden tot een verdenking van witwassen. Ook kunnen de indicatoren, feiten van algemene bekendheid en typologieën bijdragen aan het daadwerkelijke bewijs voor witwassen. Zie hiervoor bijvoorbeeld de eerste uitspraak die behandeld wordt onder de jurisprudentie in deze nieuwsbrief. Daarom is het voor rechercheurs, die zich bezighouden met witwasonderzoeken, goed om de witwasindicatoren te kennen, waaronder feiten van algemene bekendheid en typologieën. Neem die dan ook op in het proces-verbaal en verwijs daarbij naar de jurisprudentie.

Voorbeeld
Het feit dat geld wordt gewisseld van kleine naar grote coupures zal niet voldoende zijn voor een verdenking van witwassen. Die verdenking is er wel als dit gecombineerd wordt met het feit dat degene die de wisselingen doet leeft van een uitkering en antecedenten heeft op het gebied van verdovende middelen.

Het wisselen van kleine naar grote coupures wordt gezien als een witwastypologie. In veel gevallen waarin dit gebeurde bleek er sprake te zijn geweest van witwassen.  Daarbij is het een feit van algemene bekendheid dat mensen die leven van een uitkering net rond kunnen komen. Dus hoe komt diegene aan het geld dat gewisseld wordt? Dat deze persoon eerder veroordeeld is geweest voor een drugsfeit levert een indicator op voor witwassen. Het is immers weer een feit van algemene bekendheid dat er met de handel in drugs veel geld wordt verdiend.


[1] Hof Amsterdam dd 14 december 2010, LJN: BO9262
[2] Hof Den Haag dd 28 april 1999, JOW2002/11
[3] ‘(…) objectieve kenmerken die, naar de ervaring leert, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven (…).’ (Hof Arnhem, 5 december 2012 LJN: BY5187)
[4] Hoge Raad, 19 november 2013 ECLI:NL:HR:2013:1356