Direct naar inhoud

UBO – Ultimate Beneficial Owners

1 mei 2017 09:04

mr. Frederique Richelle, accountmanager AMLC

Personen die de herkomst van opbrengsten uit misdrijven willen verhullen kunnen gebruik maken van juridische structuren. Voor de bestrijding van dergelijke witwasconstructies is het van belang om te kunnen achterhalen wie de UBO’s (ultimate beneficial owners cq uiteindelijk belanghebbenden) achter deze juridische structuren zijn. De afgelopen maand waren er diverse ontwikkelingen op het gebied van UBO’s. Zo heeft Transparency International een rapport geschreven over Beneficial Ownership en naar aanleiding hiervan een seminar georganiseerd. Ton Scholing heeft tijdens dit seminar namens het AMLC deelgenomen aan een paneldiscussie om het belang van de beschikbaarheid van UBO-informatie voor de bestrijding van witwassen te onderstrepen. Tevens is het lang verwachte wetsvoorstel inzake het UBO-register gepubliceerd en kort daarna het wetsvoorstel identificatie houders aandelen aan toonder. Voorgaande ontwikkelingen zien allemaal op het bereiken van meer transparantie ten aanzien van UBO-informatie en worden hierna kort besproken.

Wetsvoorstel UBO-register

Het houden van een centraal register met informatie over uiteindelijk belanghebbenden is op 5 juni 2015 geïntroduceerd in de Vierde anti-witwasrichtlijn. Op 31 maart 2017 werd het lang verwachte wetsvoorstel inzake het UBO-register ter consulatie aangeboden. Met de invoering van dit voorstel is haast geboden, deze regelgeving moet namelijk uiterlijk op 26 juni aanstaande in de Nederlandse wetgeving opgenomen zijn. Op hoofdlijnen komt het voorstel op het volgende neer:

  • het UBO-register wordt bijgehouden in het Handelsregister (de Kamer van Koophandel);
  • het UBO-register wordt ingevoerd voor Europees Nederland (de BES-eilanden, Aruba, Curaçao en Bonaire vallen hier niet onder);
  • UBO wordt gedefinieerd als “de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een onderneming of een rechtspersoon”. Het moet daarbij gaan om in Nederland gevestigde ondernemingen en rechtspersonen die in Nederland zijn opgericht;
  • Nederland voert geen UBO-register in voor trusts of juridische constructies die vergelijkbaar zijn met de trust;
  • in een besluit wordt nader uitgewerkt hoe ondernemingen en rechtspersonen kunnen bepalen wie UBO is;
  • buitenlandse rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland en fondsen voor gemene rekening hoeven hun UBO’s vooralsnog niet te registreren;
  • een beperkte set aan gegevens in het UBO-register (zoals naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang economisch belang in bandbreedtes) wordt publiek toegankelijk via de Kamer van Koophandel. Daarnaast geldt een uitgebreide set aan gegevens voor het UBO-register (zoals geboortedag, -plaats, -land, adres, BSN en documentatie die het economische belang onderbouwt) die toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten en de FIU;
  • overige privacy-waarborgen zijn het registeren van afnemers, betaling van een vergoeding voor inzage en de mogelijkheid tot afscherming van informatie in geval van minderjarigheid UBO of risico op ontvoering of chantage;
  • voor ondernemingen en rechtspersonen geldt een verplichting om accurate en actuele informatie over hun UBO’s in te winnen en bij te houden en voor de UBO’s zelf geldt een meewerkverplichting om deze informatie te verschaffen. Het niet voldoen aan deze verplichting kan een gevangenisstraf of geldboete op grond van de WED opleveren;
  • voor Wwft-plichtige instellingen, de bevoegde autoriteiten en de FIU wordt op termijn een terugmeldverplichting ingevoerd. Deze verplichting houdt in dat melding aan de Kamer van Koophandel gedaan moet worden indien gerede twijfel bestaat over de juistheid van of aan de juistheid van het ontbreken van bepaalde UBO-informatie.

Het UBO-register moet niet worden verward met het Centraal Aandeelhoudersregister (CAHR). Op 19 januari is het wetsvoorstel CAHR ingediend bij de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel staat het digitaal (elektronisch) en gestructureerd verzamelen en ontsluiten van informatie over aandelen, aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders van besloten en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen centraal. Het CAHR gaat dus over een beperkter aantal rechtspersonen in vergelijking met het UBO-register. Een ander verschil is dat het CAHR slechts beperkt toegankelijk is (Belastingdienst, notarissen en aangewezen Wwft-instellingen).

Onderzoeksrapport Transparency International en seminar 4 april 2017

Op 4 april 2017, een jaar na de publicatie van de Panama Papers, heeft Transparency International het onderzoeksrapport ‘Behind the Scenes – Beneficial Ownership Transparency in the Netherlands’ gepubliceerd. Het onderzoeksrapport van Transparency International is afgerond kort vóór de publicatie van het wetsvoorstel UBO-register. Het rapport beschrijft derhalve alleen de voorstellen die tot publicatie van het wetsvoorstel bekend waren. Transparency International concludeert in dit rapport dat Nederland een relatief goed inzicht heeft in algemene witwasrisico’s, maar op het gebied van UBO-transparantie scoort Nederland laag in verhouding tot vijf andere EU-landen. In huidige regelgeving, beleid en praktijk wordt volgens Transparency International onvoldoende aandacht besteed aan UBO-transparantie. Ook naar de toekomstige regelgeving is gekeken, maar ook ten aanzien van deze nieuwe regelgeving ziet Transparency International enkele tekortkomingen.

De officiële publicatie vond plaats tijdens een seminar in Amsterdam, waarbij de belangrijkste aanbevelingen uit dit rapport werden gepresenteerd, te weten:

  • de Nederlandse wetgever moet een nieuwe UBO-definitie invoeren (van 25% naar 10% aandeelhouder-/zeggenschap) om te voorkomen dat kwaadwillenden onder de radar blijven;
  • een onafhankelijk orgaan moet de door de zelf rapporterende entiteiten aangeleverde UBO-informatie controleren en verifiëren, en de rapporterende entiteiten moeten op regelmatige basis de aangeleverde UBO-informatie updaten;
  • het toekomstige UBO-register moet ook buitenlandse trusts met een Nederlandse link omvatten;
  • rapporterende entiteiten die geen of onjuiste UBO-informatie bij het UBO-register aanleveren moeten gesanctioneerd worden.

Naar aanleiding van het rapport en een krantenartikel zijn op 5 en 6 april Kamervragen gesteld aan de Ministers van Financiën en van Veiligheid en Justitie door Nijboer (PvdA) en Leijten en Van Nispen (beiden SP).

Tijdens het seminar vond tevens een paneldiscussie plaats tussen Wendy van Koningsveld (werkzaam bij het Offshore Kenniscentrum), Ellen Timmer (advocaat ondernemingsrecht bij Pellicaan advocaten en blogger) en Ton Scholing (hoofd AMLC). Aan de panelleden werd een viertal stellingen voorgelegd over onder andere de Panama Papers, de openbaarheid van het UBO-register, waarborging van de privacy en de vraag wie het UBO-register moet beheren. De panelleden zijn het erover eens dat de instelling van een UBO-register een stap in de goede richting is voor de bestrijding van corruptie, fraude en illegale geldstromen. Echter, volledige openbaarheid en toegankelijkheid van het UBO-register gaat alle panelleden te ver. Discussie ontstond bij de stelling over wie het UBO-register zou moeten beheren; de Kamer van Koophandel of de Belastingdienst. Geen van de panelleden neemt het standpunt in dat een nieuwe nog op te richten instantie dit zou moeten doen.

Wet identificatie toonderaandelen

Tot slot is op 11 april jongstleden het wetsvoorstel identificatie houders aandelen aan toonder ter consultatie aangeboden. Naamloze vennootschappen kunnen aandelen aan toonder uitgeven. Aandelen aan toonder van niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen zijn niet op naam geregistreerd en zijn vrij verhandelbaar bij onderhandse akte. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel kunnen aandelen aan toonder alleen nog worden verhandeld via een effectenrekening op naam aangehouden bij een intermediair, zoals een bank of een beleggingsonderneming. Anonieme overdracht van toonderstukken is dan niet meer mogelijk. Opsporingsinstanties kunnen bij intermediairs de gegevens opvragen van de houders van effectenrekeningen voor de bestrijding van belastingontduiking, witwassen en de financiering van terrorisme of andere vormen van financieel-economische criminaliteit.