Go directly to content
Naar de homepage

Wat is Trade-based money laundering (TBML)?

Drs. Lucas M. Cremers MCI, TBML expert AMLC.

Trade Based Money Laundering (TBML) is één van de nieuwere en misschien wel de meest complexe varianten van witwassen, die van invloed zijn op de compliance- en regelgevingssectoren van banken[1]. Volgens de Asia Pacific Group (APG)[2] hebben de snelle groei van de wereldhandel en de steeds grotere technologische mogelijkheden een ideaal milieu geschapen voor criminelen om hun criminele winsten over de wereld te verplaatsen. Naast organisaties, zoals de Wolfsberg Group, de International Chamber of Commerce (ICC) stelt de Financial Action Task Force (FATF)[3] dat TBML de snelst groeiende manier is waarop crimineel geld wordt witgewassen. Ook zij stellen dat dit komt door de groeiende wereldhandel, maar ook door de meer stringente monitoring op de twee andere methoden die zij onderschrijven, het smokkelen van cash en het misbruiken van het financiële stelsel. Soudijn[4] merkt daarbij op dat ondanks de relatief brede ervaring vanuit de opsporing met witwasproblematiek, de grote diversiteit van het aantal mogelijke ‘trade based’ varianten ertoe heeft geleid dat de begripsdefinitie nog te ruim en vaag is en toe is aan een update. Waar Austrac[5] schrijft dat TBML zich vooral toespitst op het gebruikmaken van valse documenten en transport informatie, lijkt deze methode nu ook gebruikt te worden zonder dat er sprake is van valsheid in documenten of facturen. De aard en omvang waarop TBML in Nederland voorkomt is nog niet bekend. Sullivan en Smith[6] beschrijven dat landen die groot zijn in internationale handel, en bijvoorbeeld een Free Trade Zone (FTZ) hebben, aan grotere risico’s en gevolgen blootgesteld worden dan anderen. Door het benoemen van TBML als strategisch thema, krijgt het maken van een actuele beschrijving en beoordeling prioriteit en wordt het beter mogelijk de risico’s en indicatoren bloot te leggen en aan te pakken. Om dit mogelijk te maken is samenwerking met ketenpartners uit het publieke en private domein een vereiste. Brayshaw[7] stelt dat naast financiële instellingen – die volgens hem een grote rol spelen in het proces- andere relevante partijen vereist zijn om effectief te kunnen zijn in de detectie en voorkoming van TBML varianten. Het AMLC is daarom in 2017 gestart met het opzetten en uitbouwen van een netwerk van publieke en private partners die participeren in dit thema. Zoals hierboven aangegeven is TBML één van de drie hoofdmethoden waarop criminele organisaties hun criminele winsten witwassen en terrorisme financieren. Met deze variant wordt crimineel geld omgezet en verplaatst door gebruik te maken van – vaak bestaande – handelstransacties of diensten. De FATF-definitie is gekozen als startpunt voor vervolgonderzoek binnen dit thema. Deze volgens talrijke wetenschappelijke rapporten als te ruim en breed te interpreteren definitie, zal hieronder worden afgebakend. Daarmee wordt ook de scope van dit thema bepaald.

Definitie:

the process of disguising the proceeds of crime and moving value through the use of trade transactions in an attempt to legitimize their illegal origin or finance their activities.” (FATF, 2008).

Afbakening/scope Bovenstaande definitie in acht nemend is het relevant een scope van dit thema te bepalen en vast te stellen waaraan een witwascasus moet voldoen om een TBML casus te zijn. Uit deze definitie kunnen drie elementen gehaald worden waaraan een witwas scheme moet voldoen om de titel TBML te verdienen.

  1. Er moet sprake zijn van criminele winsten/waarde,
  2. Er moet sprake van een oogmerk op het verplaatsen van deze waarde door middel van producten of diensten,
  3. Deze verplaatsing moet een legitimatie tot gevolg hebben. Het criminele geld moet een ogenschijnlijk witte ‘status’ krijgen.

Een voorbeeld: “Een organisatie investeert in namaak sportschoenen uit China en importeert deze naar Nederland. In haar winkels worden deze schoenen verkocht voor marginaal lagere prijzen dan de originele schoenen, waardoor de winkel grotere winsten behaalt dan haar concurrentie. In deze – summiere- casus is nog geen blijk van een criminele waarde die wordt geïnvesteerd in schoenen. Mocht deze casus wel gaan om criminele investeringen, kan vervolgens de vraag gesteld worden of het inkopen, transporteren en verkopen van deze schoenen tot doel heeft gehad het criminele vermogen wit te wassen. Was er sprake van het oogmerk om de herkomst van de investering te verbloemen? Of misschien is hier ‘gewoon’ sprake van het oogmerk om geld te verdienen, een crimineel busines model.” Verschijningsvormen / deelonderwerpen Over het algemeen is er een grote overeenstemming over op welke manieren Trade based Money Laundering kan voorkomen. Zo beschrijven onder andere de FATF, De Wolfsberg Group, de Asia Pacific Group (APG) on Money Laundering en de Hong Kong Monetairy authority (HKMA) on money laundering dat er een vijftal hoofdvormen zijn die voorkomen:

  1. Over- en onderfactureren
  2. Over- en onderverschepen
  3. Spook zendingen
  4. Meervoudig factureren
  5. Foutieve weergave van goederen en/of diensten

Vanuit de eerste verkenning die het AMLC vanaf 2017 samen met haar partners heeft uitgevoerd blijkt echter dat er nog een andere variant is die mogelijk steeds méér voorkomt. Bovenstaande varianten hebben namelijk gemeen dat het allemaal methoden zijn waarbij de crimineel een vorm van fraude moet plegen om de waarde te verplaatsen. Dit kunnen bijvoorbeeld valse of vervalste facturen zijn, valse douane aangiften bij in- en uitvoer van goederen, etc. Dit maakt dat er op die varianten gezocht kan worden naar deviaties ten opzichte van opgestelde normen, zoals gemiddelde prijs per eenheid of ‘normale’ belading van een container. Als we er van uit gaan dat veel vormen van criminaliteit een steeds aangroeiende stroom van contante inkomsten oplevert, dan bestaat er ook een mogelijkheid dat criminele contante geld direct om te zetten in goederen. Deze worden vervolgens zonder valse documentatie vervoerd en witgewassen. Deze methode hebben wij hier benoemd als:

  1. Cash Integration

Hieronder worden deze varianten verder toegelicht.

  1. Over- en onderfactureren

Deze techniek is gebaseerd op een foutieve weergave van de prijs van het goed of dienst, om zo waarde te verplaatsen tussen verkoper en klant. Een verkopende partij kan een te hoge of een te lage prijs t.o.v. de correcte prijs opvoeren. Door een te lage prijs krijgt de koper zijn waar te goedkoop en kan hij bij verkoop hogere winst genereren. Hiermee wordt waarde naar de koper verplaatst. Andersom wordt bij een te hoog opgevoerde prijs waarde naar de verkopende partij overgeheveld. Uit onderzoek blijkt dat dit mogelijk de meest voorkomende verschijningsvorm is van TBML. Vooral in het geval van goederen van hoge waarde en goederen waarvan de actuele – echte- marktwaarde lastig is te bepalen, lijken hiervoor geschikt. Het inzetten van banken als tussenpersoon in de transactie, trade finance varianten, zouden toegepast kunnen worden om de transactie een nog meer legitieme uitstraling te geven.

  1. Over- en onderverschepen

Waar bij over- en onderverschepen de valsheid in de prijs/waarde van de goederen ligt, wordt bij over- en onderverschepen juist de hoeveelheid van de te verplaatsen goederen vervalst. Door meer te versturen dan op een factuur staat wordt waarde verplaatst naar de koper en door minder te verschepen wordt juist waarde naar de verkopende partij verplaatst. In deze variant is ook de rol van de transportmaatschappij relevant, omdat die mogelijk weet of kan zien dat er te veel of te weinig wordt vervoerd.

  1. Spook zendingen

Spook zendingen is een extreme variant van onderverschepen. Door wel goederen op papier te leveren en factureren, maar geen goederen te verzenden ontstaat een waarde verplaatsing naar de verkopende partij. Om een meer legitieme transactie voor te wenden kan het in deze variant voorkomen dat de transportdocumentatie wordt vervalst. In dergelijke situaties speelt de transportorganisatie die de documentatie verzorgt een sleutelrol.

  1. Meervoudig factureren

Door meerdere facturen voor dezelfde levering van een goed of dienst te versturen kan ook waarde verplaatst worden naar de verkopende partij. In het geval van het gebruik van credit-facturen wordt de waarde verplaatst naar de klant/koper van de onderneming die de facturen uitgeeft. Bij deze variant is het niet nodig om een foutieve prijs en hoeveelheid op te voeren. Deze variant vraagt wel om een complexere betalingsstructuur, omdat financiële instellingen betalingen van dezelfde bedragen en met dezelfde omschrijvingen mogelijk eenvoudig detecteren. Betalen vanuit verschillende bankrekeningen en het samenvoegen van bedragen van facturen zijn relatief eenvoudige mogelijkheden om dit risico te beperken.

  1. Foutieve weergave van goederen of diensten

Aanvullend op de manipulatie van prijs en hoeveelheid van geleverde goederen kan een crimineel ook de kwaliteit van de goederen vals opgeven. Een staaf goud met een zilvercoating of een staaf zilver met een goudcoating is daarvan een voorbeeld. Door goud te verkopen als zilver verplaatst de verkoper waarde naar de koper en door zilver te verkopen als goud vindt een waardeverplaatsing naar de verkoper plaats.

  1. Cash Integration

Waar bovenstaande varianten allemaal gebruik maken van het valselijk weergeven van prijs, hoeveelheid en/of kwaliteit, is het ook mogelijk waarde te verplaatsen zonder deze frauduleuze vereisten. Door crimineel geld te gebruiken om goederen te kopen en deze te – laten – verplaatsen, ontstaat niet direct een behoefte deze goederen anders te laten blijken dan ze werkelijk zijn, kosten of wegen. De verkopende instantie en/of sector kan zodanig worden geselecteerd dat het betalen met contanten niet erg ongebruikelijk is en/of het melden van ongebruikelijke transacties geen vereiste is. Dit laatste kan bijvoorbeeld door bij de aankopen onder de huidige Wwft grens te blijven. Bij handelaren in grote waarde, zoals: auto’s, sieraden en juwelen en edele metalen ligt de ‘objectieve’ grens voor een contante betaling op €15.000,- Bij overige instellingen ontstaat er een meldplicht bij transacties boven de € 25.000,- Maar wat is de kans dat een kantoorboekwinkel een registratie maakt bij de FIU Nederland, wellicht weet hij niet eens van zijn verplichting af. En welk risico wordt er gelopen als er wel een melding ongebruikelijke transactie wordt gemaakt. Welke kans op verdacht verklaring bestaat er, en hoe groot is de kans op een strafrechtelijk vervolg daarop. Mogelijk zijn de balpennen die gekocht zijn al lang uit het zicht verdwenen en de verkoper heeft aan zijn verplichting voldaan? Of misschien toch niet..? Het ontdekken van deze variant lijkt moeilijk door alleen te kijken naar data van goederenstromen. De focus op de geldstroom wordt daarmee steeds relevanter. De noodzaak van samenwerking met publieke en private partijen om een volledig beeld te krijgen van het probleem en haar omvang neemt door deze verschijningsvorm op zijn minst evenredig toe.

 

[1] Araujo, 2008.
[2] APG, 2012.
[3] FATF, 2006, 2008.
[4] Soudijn, 2014.
[5] Austrac, 2013.
[6] Sullivan & Smith, 2011.
[7] Brayshaw, 2009.