Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Anne Smeitink - 7 schrijftips voor een korte tekst

Je doelgroep heeft wel iets beters te doen dan jouw lange tekst lezen. Maar hoe schrijf je dan een kórte tekst? Nou: kill your darlings. Schrijven is schrappen. Met deze 7 tips wordt je tekst al een heel stuk bondiger en aantrekkelijker.

Schrijftip 1: draai er niet omheen

Koetjes en kalfjes zijn aan mij niet besteed. Ik ben fan van met de deur in huis vallen. Ook op papier. Zeg gewoon wat je te bieden hebt. Wat heeft iemand aan jouw product of dienst? Wat wil je dat de lezer doet? Schep duidelijkheid.

Schrijftip 2: schrijf actief

Een tekst wordt onnodig lang van passief taalgebruik. Je herkent een passieve zin aan een vorm van worden of zijn en een voltooid deelwoord.

Passief is bijvoorbeeld: De korte tekst wordt geschreven door Marije.
Die zin is een beetje saai en afstandelijk.

De actieve variant is: Marije schrijft een korte tekst.
Da’s toch veel korter en krachtiger?

Schrijftip 3: ontwijk voorzetseluitdrukkingen

Je ziet ‘m vaak in formele teksten: de voorzetseluitdrukking. Dit is een combinatie woorden die samen eigenlijk 1 voorzetsel voorstelt. Zo’n uitdrukking maakt je tekst saai, vaag en langdradig. Dat wil je niet. En je lezer al helemaal niet. Gelukkig kun je de uitdrukkingen makkelijk vervangen voor 1 ander voorzetsel. Soms moet je een zin dan iets herschrijven. Maar je korte tekst wordt er sowieso sterker van.

  • in verband met ➛ vanwege
  • door middel van ➛ door/met
  • ten behoeve van ➛ voor
  • met betrekking tot ➛ over
  • gezien het feit dat ➛ omdat
  • ten gevolge van ➛ door
  • met het oog op ➛ om

Schrijftip 4: schrap hulpwerkwoorden

Kunnen, willen, zullen, mogen. Dat zijn voorbeelden van hulpwerkwoorden. Je zin is soms krachtiger als je deze achterwege laat. Kijk maar:

Voor het maken van een afspraak kunt u bellen naar xx.

Of: Maak een afspraak via xx.

    Schrijftip 5: vermijd ingewikkelde zinsconstructies

    Als schrijver heb je genoeg te vertellen, maar probeer niet alles in 1 zin te proppen. Dat leest voor geen meter. En plaats zinsdelen die bij elkaar horen lekker bij elkaar. Want als je informatie wordt onderbroken door een lange tussenzin, snapt niemand de hoofdboodschap meer. Maak er dan gewoon meerdere zinnen van.

    Schrijftip 6: verwijder twijfelwoorden

    Twijfelen komt niet heel overtuigend over. Een tekst is dan ook pakkender (en korter) als je twijfelwoorden weglaat: misschien, eventueel, wellicht, in het geval dat, mogelijk, waarschijnlijk.

    Weg ermee!

    Schrijftip 7: schrijf op taalniveau B1

    De overgrote meerderheid van alle Nederlanders begrijpt teksten op taalniveau B1. Dat is eenvoudig Nederlands. Niveau A1 is het laagste niveau en taalniveau C2 is het hoogste. Maar veel teksten zijn geschreven op niveau C1. Veel te ingewikkeld dus. Professioneel overkomen kan gelukkig in gewonemensentaal. Daar zijn geen vage dure woorden voor nodig.

    Ontdek op de site Is het B1? of jouw woord B1 is. Zo niet, dan krijg je meteen een alternatief begrijpelijk woord. Heb je al een korte tekst geschreven? Check de leesbaarheid dan eens met deze Leesniveau-tool.

    Deel deze pagina