Ga direct naar de inhoud

Afkomstig uit enig misdrijf

Publicatiedatum 02-03-2018, 8:59

In 1987 werden negen schilderijen in Maastricht gestolen maar de diefstal is door de eigenaar van de schilderijen zelf in scène is gezet. Eén van de schilderijen is door de eigenaar van de schilderijen zelf verbrand maar de overige acht heeft verdachte – samen met zijn vrouw – niet verbrand maar verstopt in hun woning.  De eigenaar heeft een uitkering van de verzekering gekregen voor de vermeende gestolen schilderijen waarmee hij zich schuldig gemaakt heeft aan verzekeringsfraude. De schilderijen zijn naar verdachte overgebracht met de bedoeling dat verdachte ze zou verbranden. Begin 2007 overleed de eigenaar van de schilderijen.

Eind 2008 schakelde verdachte twee andere medeverdachten in om contact op te nemen met de verzekeringsmaatschappij voor het verkrijgen van een vindersloon. Zij benaderden de privédetective die ten tijde van de diefstal onderzoek had gedaan in de galerij waar de schilderijen gestolen zouden zijn. Hij heeft de politie geïnformeerd en een opsporingsambtenaar heeft zich voorgedaan als vertegenwoordiger van de verzekeringsmaatschappij. Nadat vastgesteld werd dat de schilderijen echt waren, zijn alle verdachten aangehouden.

Het hof overweegt dat verdachte de schilderijen lange tijd onder zich heeft gehad met de wetenschap van de oplichting van de verzekeringsmaatschappij. De aanwezigheid van de schilderijen stond volgens het hof in causaal verband met de verzekeringsoplichting zodat gezegd kan worden dat zij van misdrijf afkomstig waren. Volgens het hof is het niet relevant dat de verzekeringsfraude pas is gepleegd na de overdracht van de schilderijen aan verdachte. De verdediging heeft nog aangevoerd dat slechts de schade-uitkering het product van de verzekeringsfraude is, maar ook hier gaat het hof niet in mee.

De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof een onjuiste rechtsopvatting betreft. Goederen of voorwerpen kunnen alleen een criminele herkomst hebben als ze afkomstig zijn uit een misdrijf dat gepleegd is voorafgaand aan de delictsgedragingen. In casu is dit niet het geval nu de schilderijen niet afkomstig zijn uit de verzekeringsfraude. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het hof.

Hoge Raad, 16 januari 2018

ECLI:NL:HR:2018:33