Go directly to content
Naar de homepage

Afroomboete bij witwassen

26 april 2019 12:12

Hoge Raad 16 april 2019, afroomboete bij witwassen: ECLI:NL:HR:2019:594

Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 15 juni 2017 een verdachte veroordeeld wegens het witwassen van geldbedragen van in totaal € 16.520,-.  De geldbedragen zijn telkens gestort op de bankrekening van verdachte en kort daarna in gedeelten opgenomen van zijn bankrekening. De gestorte bankbiljetten waren met inkt besmeurd. Het is evident dat de met inkt besmeurde bankbiljetten afkomstig waren uit enig misdrijf, zoals een plofkraak. Door de vervuilde bankbiljetten om te wisselen in schone bankbiljetten heeft verdachte de criminele herkomst van de geldbedragen doelbewust verhuld.  Het hof legt een gevangenisstraf van 130 dagen met aftrek, waarvan 88 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 150 uren op. Vervolgens stelt het hof dat een geldboete van € 16.500,- op zijn plaats is. Daarbij heeft het Hof onder meer overwogen dat de verdachte heeft gehandeld uit financiële motieven en dat de straf zonder de boete onvoldoende afschrikwekkend is om recidive te voorkomen.  Bij de keuze om een geldboete op te leggen is in aanmerking genomen dat niet is aangekondigd dat tegen verdachte een ontnemingsvordering aanhangig wordt gemaakt en dat de financiële draagkracht van verdachte zich niet tegen de boete verzet.

Tegen het opleggen van de boete is cassatie ingesteld. De Hoge Raad oordeelt dat de hoogte van de op te leggen boete mede kan worden bepaald door de omvang van het verkregen voordeel, zodat die boete mede dient tot ‘afroming’ van het verkregen voordeel. Het oordeel van het hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en de Hoge Raad verwijst daarbij naar een eerder arrest ECLI:NL:HR:2012:BW3684.

Bij het opleggen van zo’n boete moet worden gekeken of het witgewassen bedrag wel gelijk is aan het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het is mogelijk dat het witgewassen bedrag veel hoger is dan het daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel. Bijvoorbeeld in de situatie van een geldezel die een vergoeding krijgt die lager is dan de omvang van het witgewassen bedrag. In deze zaak is het oordeel van het hof dat de verdachte uit het bewezenverklaarde witwassen daadwerkelijk tot het bedrag van € 16.500,- wederrechtelijk voordeel heeft verkregen niet begrijpelijk, zo stelt de Hoge Raad.

In de conclusie van advocaat-generaal Bleichrodt wordt ingegaan op het gevaar dat het opleggen van een ‘afroomboete’  de waarborgen van de ontneming kan omzeilen. ECLI:NL:PHR:2019:197. Lees ook in dezelfde lijn als de conclusie:  http://vaklunch.nl/311-de-afroomboete/.