De stand van zaken omtrent eenvoudig witwassen: is het wel zo eenvoudig in de praktijk?
Publicatiedatum 26-02-2026, 11:56 |
De praktijk is altijd aan verandering onderhevig, dat maakt dat wetten ook (moeten) meebewegen. Dit was dan ook het geval bij de invoering van de wetsartikelen voor eenvoudig (schuld)witwassen.
Na het invoeren van de artikelen voor witwassen in 2001 werd er in 2010 een kwalificatie-uitsluitingsgrond gecreëerd in de rechtspraak waardoor bepaalde gevallen van witwassen buiten de wettelijke bepalingen vielen. Als reactie hierop werden in 2017 de artikelen voor eenvoudig (schuld)witwassen geïntroduceerd. In dit artikel bespreken wij de kwalificatie-uitsluitingsgrond en het daaropvolgende eenvoudig witwassen. Tot slot behandelen wij jurisprudentie van de afgelopen twee jaar.
Dit artikel is onderdeel van een tweeluik over eenvoudig (schuld)witwassen. Het tweede artikel zal, in tegenstelling tot het onderstaande artikel, meer ingaan op het toepassingsbereik van deze bepalingen en of dit is uitgebreid in de afgelopen jaren.
De strafbaarstelling van witwassen
Om te beginnen gaan we terug naar de zelfstandige strafbaarstelling van witwassen in het Wetboek van Strafrecht. In 2001 werd witwassen zelfstandig strafbaar gesteld in de artikelen 420bis (opzetwitwassen), 420quater (schuldwitwassen) en 420ter (gewoontewitwassen). In de bijbehorende memorie van toelichting staat expliciet dat witwassen strafbaar moet zijn, of dit nou gaat om voordeel uit eigen of andermans misdrijf.[Voetnoot 1] Deze opmerking richt zich op de heler-steler-regeling. Dit is een andere uitzondering die in de praktijk is gecreëerd voordat witwassen als zelfstandig delict strafbaar was gesteld. Deze uitzondering hield in dat de dief die een goed gestolen had, niet kon worden veroordeeld voor heling van hetzelfde goed. [Voetnoot 2] Door het introduceren van witwasartikelen werd een breed aantal (witwas)handelingen strafbaar gesteld. De onderstaande tabel visualiseert de bestanddelen van de artikelen.
Bestanddelen van de witwasdelicten (420bis en 420quater Sr)
| Witwasvoorwerp | Alle zaken en alle vermogensrechten | |
| Witwashandeling | Sub a: verbergen of verhullen van de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing, wie de rechthebbende op een voorwerp is of wie het voorhanden heeft | Sub b: Verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten of gebruik maken |
| Criminele herkomst | Het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig uit enig misdrijf | |
| Wetenschap | Opzet: hij weet | Schuld: redelijkerwijs had moeten vermoeden |
De kwalificatie-uitsluitingsgrond
Ondanks de expliciete uiting in de memorie van toelichting over het strafbaar stellen van opbrengsten uit eigen of andermans misdrijf kwam de Hoge Raad in 2010 met een begrenzing van de ruime reikwijdte. Bekend als de kwalificatie-uitsluitingsgrond voor witwassen. Dit houdt in dat de verdachte die voorwerpen enkel voorhanden heeft of heeft verworven door zelf een misdrijf te plegen, niet veroordeeld kan worden voor (schuld)witwassen.[Voetnoot 3] De Hoge Raad oordeelde namelijk dat in die specifieke situaties een persoon enkel strafbaar is wanneer deze handelingen heeft verricht die gericht zijn op het verbergen of het verhullen van de criminele herkomst van een voorwerp. De kwalificatie-uitsluitingsgrond voorkomt daarmee dubbele strafbaarstelling, wanneer het voorhanden hebben of verwerven van het criminele voorwerp een direct gevolg is van het voltooien van het gronddelict.[Voetnoot 4] Met de kwalificatie-uitsluitingsgrond ontstond het probleem dat daders die enkel direct uit enig misdrijf een goed voorhanden hadden of hadden verworven vrijuit gingen voor witwassen. Bovendien was het voor het Openbaar Ministerie niet mogelijk om goederen verbeurd te verklaren wanneer vervolging van het gronddelict niet haalbaar was.[Voetnoot 5]
Meer informatie over de kwalificatie-uitsluitingsgrond vind je in onze eerdere kennisproducten.
Introductie nieuwe witwasartikelen: eenvoudig (schuld)witwassen
De situatie met de kwalificatie-uitsluitingsgrond bleef ongewijzigd tot 1 januari 2017. Toen werden namelijk twee nieuwe wetsartikelen aan het Wetboek van Strafrecht toegevoegd welke konden worden toegepast in situaties waarin de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing was. Het gaat om eenvoudig witwassen en eenvoudig schuldwitwassen. Eenvoudig witwassen is te vinden in artikel 420bis.1 Sr. Het artikel stelt het voorhanden hebben of verwerven van een onmiddellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig voorwerp strafbaar. De schuldvariant van eenvoudig witwassen vindt men in artikel 420quater.1 Sr.
Deze artikelen stellen expliciet het enkel verwerven of voorhanden hebben van een crimineel voorwerp strafbaar. Er is bewust gekozen voor de term ‘onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig’ om zo strafbaarstelling uit te sluiten voor de gevallen waarin het voorwerp de verdachte verlaat en vervolgens na de uitvoering van een aantal witwashandelingen weer bij de verdachte terechtkomt.[Voetnoot 6] In die gevallen bieden de artikelen 420bis en 420quter Sr uitkomst, omdat er meer gebeurt dan bij eenvoudig witwassen. De artikelen voor eenvoudig witwassen gelden dus in situaties waarin simpelweg sprake is van het voorhanden hebben of verwerven van een voorwerp dat direct uit eigen misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van het voorwerp zijn geen andere witwashandelingen verricht. Als er sprake is van een verbergende of verhullende handeling of van omzetten, overdragen of gebruiken, dan gaat het niet om eenvoudig witwassen maar om (schuld)witwassen. Hierdoor kent eenvoudig (schuld)witwassen ook een lager strafmaximum dan opzetwitwassen en schuldwitwassen.[Voetnoot 7] Wanneer eenvoudig witwassen ten laste wordt gelegd kan er ook geen succesvol beroep volgen op de kwalificatie-uitsluitingsgrond. Eenvoudig witwassen is immers bedoeld voor de situaties waar de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is.
Toepassing van de gewoonte
Eenvoudig witwassen kent dus een lichtere strafmaat dan opzetwitwassen, maar kunnen strafverzwarende omstandigheden zoals gewoonte bij dit delict een rol spelen? Voor een uitgebreider betoog over de wetsgeschiedenis van gewoontewitwassen (420quater lid 1 Sr) verwijzen wij naar een voorgaand artikel hierover. Kortgezegd ziet het maken van een gewoonte van witwassen enkel op opzetwitwassen als bedoeld in artikel 420bis Sr, maar nu eenvoudig witwassen (artikel 420bis.1 Sr) ook opzettelijk plaatsvindt kan men zich afvragen of de gewoonte hier ook van toepassing kan zijn. De rechtbank Overijssel heeft hier recent uitspraak over gedaan:
“Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de wet niet dat het herhaaldelijk plegen van eenvoudig witwassen (artikel 420bis.1 Sr) gewoontewitwassen kan opleveren (artikel 420ter Sr). “
De strafverzwarende omstandigheid waarin van witwassen een gewoonte wordt gemaakt lijkt hiermee dus niet van toepassing op eenvoudig witwassen.
Nu duidelijk is waarom deze wetsartikelen zijn toegevoegd aan het Wetboek van Strafrecht en wat de strekking is van deze bepalingen gaat de volgende alinea in op recente jurisprudentie over deze artikelen. Daarnaast worden nog enkele tips gegeven voor de praktijk.
Eenvoudig witwassen in de praktijk
Relevant voor de praktijk is de verhouding tussen witwassen en eenvoudig witwassen, aangezien de artikelen op veel delen overlappen. In 2024 kwam dit aan bod bij een uitspraak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2024:5634):
“De strafbaarstelling van eenvoudig witwassen richt zich specifiek op de situatie van het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, waarbij de vermelding in de tenlastelegging dat het gaat om een eigen misdrijf niet is vereist. Voor een bewezenverklaring van dit feit is voldoende dat is ten laste gelegd en is komen vast te staan dat het voorwerp onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf, waarbij onder enig misdrijf ook een eigen misdrijf kan worden verstaan. Daaraan is in deze zaak voldaan.”
Dit betekent dat als enkel opzetwitwassen in de ten laste legging staat, de verdachte alsnog voor eenvoudig witwassen veroordeeld kan worden. De verhullingshandeling fungeert ten opzichte van eenvoudig witwassen als strafverzwarende omstandigheid, nu dit bij eenvoudig witwassen expliciet niet het geval is. Wanneer andere handelingen dan voorhanden hebben of verwerven niet bewezen kunnen worden verklaard kan worden teruggevallen op eenvoudig (schuld)witwassen. Dit is in lijn met een eerdere conclusie van de Advocaat-Generaal in 2021 waarbij deze stelt dat ‘gewoon’ witwassen een bijzondere bepaling is ten opzichte van eenvoudig witwassen en dit komt ook naar voren in de jurisprudentie.
Zo zien we in een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:6071) dat een verdachte bekent dat verstopt geld dat wordt aangetroffen, zijn opbrengst van drugsverkoop was. Het opbergen van geld in een kluis in een woning en achter de zonneklep en de middenconsole van zijn auto wordt door de rechtbank niet aangemerkt als verhullingshandeling. Door het ontbreken van de verhullingshandeling blijft enkel het voorhanden hebben en verwerven uit eigen misdrijf over. En volgt een veroordeling voor eenvoudig witwassen en het gronddelict.
In een andere uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2024:485) heeft een verdachte cryptovaluta voorhanden die onmiddellijk afkomstig zijn uit de verkoop van phisingpanels. Nu de rechtbank de verhullingshandelingen niet bewezen acht wordt de verdachte veroordeeld voor eenvoudig witwassen.
Alhoewel uit verschillende zaken blijkt dat wanneer 420bis Sr ten laste is gelegd er ook veroordeeld kan worden voor 420bis.1 Sr, kan het Openbaar Ministerie er voor kiezen om in de ten laste legging het bestanddeel ‘eigen’ toe te voegen. Alhoewel enig misdrijf uiteraard ook een eigen misdrijf kan omvatten, zoals de rechtbank Amsterdam ook betoogt in haar uitspraak.
We zien in de jurisprudentie dat eenvoudig witwassen van toepassing is in situaties waar de kwalificatie-uitsluitingsgrond de verdachte anders onbestraft had gelaten en er bij eenvoudig witwassen geen geslaagd beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond gedaan kan worden. In een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:6809) lijkt dit fout te gaan. In deze zaak wordt bewezen verklaard dat de verdachte geldbedragen heeft verworven terwijl hij wist dat deze (on)middellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig waren. Vervolgens past de rechtbank de kwalificatie-uitsluitingsgrond toe en komt deze tot ontslag van alle rechtsvervolging. Bijzonder is dat er geen veroordeling voor eenvoudig witwassen volgt, nu de bewezenverklaring voldoet aan alle bestanddelen van eenvoudig witwassen. Hoewel het niet expliciet ten laste is gelegd mag dit worden ingelezen.
Wel is het zo dat er nog steeds situaties zijn waarin de witwashandeling vóór 1 januari 2017 is gestart. In uitspraken komt veelal duidelijk deze overgangsperiode naar voren. Een voorbeeld is de uitspraak van de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2024:8514). De rechtbank oordeelt dat het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als eenvoudig witwassen, maar dat een deel van de gedragingen voor de strafbaarstelling hiervan hebben plaatsgevonden. In dit geval oordeelt de rechtbank dat de gedragingen voor 1 januari 2017 door de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet kunnen kwalificeren als witwassen en volgt ontslag van alle rechtsvervolging. De gedragingen na 1 januari 2017 kunnen wel worden gekwalificeerd als eenvoudig witwassen en resulteren dan ook in een veroordeling.
Conclusie
Al met al lijkt eenvoudig witwassen te doen waar het voor bedoeld is: het gat opvullen dat is ontstaan door de kwalificatie-uitsluitingsgrond. De wetgever lijkt dus succesvol het terugkerende hiaat waarbij opbrengsten uit eigen misdrijf buiten de strafrechtelijke boot vielen te hebben gevuld.
[Voetnoot 1, terug naar de tekst] Kamerstukken II 1999-2000, 27 159, nr. 3, p. 6.
[Voetnoot 2, terug naar de tekst] H.A. Demeersseman, 'De bedenkelijke figuur van de buitenwettelijke kwalificatie-uitsluitingsgrond', DD 2025/20.
[Voetnoot 3, terug naar de tekst] 'Notitie voorhanden hebben en verwerven witwassen', amlc.nl, 28 november 2022; Hoge Raad 26 oktober 2010.
[Voetnoot 4, terug naar de tekst] ‘Wat is witwassen’, amlc.nl.
[Voetnoot 5, terug naar de tekst] Kamerstukken II 2015-2016, 34 294, nr. 3, p. 2.
[Voetnoot 6, terug naar de tekst] Kamerstukken II 2015-2016, 34 294, nr. 3, p. 9; zie ook HR ECLI:NL:HR:2016:2842.
[Voetnoot 7, terug naar de tekst] Kamerstukken II 2015-2016, 34 294, nr. 3, p. 9.