EncroChat-handelaar veroordeeld voor gewoontewitwassen
Publicatiedatum 26-02-2026, 9:19 |
Rechtbank Oost-Brabant, 10 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7270
Hoe bepaal je of inkomsten uit een op zichzelf legale activiteit toch als witwassen moeten worden gezien? In deze zaak stond de vraag centraal of de handel in cryptocommunicatiediensten, zoals EncroChat, kan leiden tot een veroordeling voor gewoontewitwassen wanneer betalingen aantoonbaar uit misdrijf afkomstig zijn.
Een handelaar in EncroChat-toestellen is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor gewoontewitwassen. De rechtbank benadrukt dat de verkoop van cryptocommunicatiediensten op zichzelf niet verboden is en dat inkomsten daaruit in beginsel een legale herkomst hebben. Alleen wanneer het niet anders kan dan dat betalingen uit misdrijf afkomstig zijn, kan sprake zijn van witwassen. De rechtbank weegt mee dat het algemeen bekend is dat EncroChat aantrekkelijk is voor criminelen vanwege de hoge mate van beveiliging en de mogelijkheid om toestellen op afstand te wissen. Maar dit is op zichzelf onvoldoende om witwassen te bewijzen. Er moeten aanvullende omstandigheden zijn die aantonen dat de diensten zijn betaald met crimineel geld en dat de verdachte dit wist of kon vermoeden.
Zie ook de eerdere uitspraak met betrekking tot een EncroChat-handelaar waar wij over schreven.
De rechtbank maakt onderscheid tussen de periode vóór en ná 28 maart 2020. In de periode voor 28 maart 2020 ontbreekt aanvullend bewijs omtrent de wetenschap van de verdachte en zodoende volgt er ook een gedeeltelijke vrijspraak. Na deze datum zijn er wel belastende omstandigheden. Het gaat onder meer om chatberichten en verklaringen van de verdachte. De berichten zijn duidelijk, bevatten geen versluierde taal en laten geen ruimte voor andere interpretaties.
Uit deze gegevens blijkt dat de verdachte werd benaderd door onbekende opdrachtgevers, een portal voor credits tot zijn beschikking had om telefoons te bestellen, grote aantallen toestellen leverde op openbare plaatsen buiten cameratoezicht, geen administratie bijhield, aanzienlijke contante betalingen ontving, inkomsten niet opgaf bij de Belastingdienst en dure toestellen met beperkte functies aan onbekende afnemers verkocht. Communicatie verliep via versleutelde berichten met usernames, wat anonimiteit bood. De chatberichten tonen angst voor politie en bevatten verwijzingen naar drugs, invallen en witwassen. Ook voerde de verdachte herhaaldelijk wipe-verzoeken uit in relatie tot politieacties.
Al deze feiten tezamen maken dat de rechtbank concludeert dat het niet anders kan dan dat een deel van de ontvangen gelden uit misdrijf afkomstig was. De verdachte gaf geen concrete of verifieerbare verklaring voor een legale herkomst van de gelden. De verklaring van de verdachte dat hij niet wist waar de telefoons naartoe gingen en waar ze voor gebruikt werden ziet niet op de herkomst van de gelden voor de betalingen. Dit biedt dan ook onvoldoende tegenwicht tegen de witwasverdenking en geen aanleiding voor nader onderzoek door het Openbaar Ministerie.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte wist, althans bewust de kans heeft aanvaard, dat hij handelde met crimineel geld. Gezien de duur en frequentie van de transacties is sprake van gewoontewitwassen. Het exacte bedrag kan niet worden vastgesteld, maar bewezen is dat de verdachte zich vanaf 28 maart 2020 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geldbedragen.