Ga direct naar de inhoud
AMLC is onderdeel van de Rijksoverheid - Naar de homepagina

Verbergen en verhullen

8 september 2021 13:58

Hoge Raad, 1 juni 2021: ECLI:NL:HR:2021:790

Tijdens een doorzoeking in de vakantiewoning van verdachte is een geldbedrag aangetroffen van bijna € 95.000,- verstopt in brandblussers, in een speeltunnel voor katten en in een broekzak. Daarnaast zijn er drugs en een wapen gevonden. De verdachte ontving een uitkering en had het financieel niet breed. Aan de hand van het stappenplan kwam het hof tot een veroordeling wegens het witwassen van het geld door de criminele herkomst te verbergen/verhullen. In cassatie staat de vraag centraal of er sprake is van verbergen/verhullen van de herkomst (art. 420bis sub a Sr.) De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring wat betreft het verbergen en verhullen van de herkomst van het geld niet toereikend is gemotiveerd. Uit de bewijsmiddelen kan niet méér worden afgeleid dan dat op ongebruikelijke plaatsen in de (vakantie)woning van de verdachte een grote hoeveelheid geld is aangetroffen. Daarmee blijkt nog niet van handelingen die gericht zijn op het wegnemen van het zicht op de herkomst van de geldbedragen en die daartoe geschikt zijn.

In deze zaak was alleen art. 420bis sub a Sr (verhullen/verbergen) ten laste gelegd en niet sub b (voorhanden hebben). Het verstoppen van geld in huis verhult of verbergt niet de herkomst. Datzelfde geldt voor het enkel aantreffen van een plastic tas met geld in een auto: dat levert niet het in art. 420 lid 1 onder a Sr bedoelde verhullen op. Het verstoppen van geld op een ongebruikelijke plaats (zoals brandblussers) verhult wel de vindplaats (art. 420bis sub a Sr) maar dat was door het hof niet bewezenverklaard en stond dus niet ter discussie. Voor een bewezenverklaring van verbergen/verhullen van de herkomst (art. 420bis sub a Sr.) is meer nodig. Een voorbeeld daarvan is ECLI:NL:HR:2018:2157. Hierin was de bewezenverklaring volgens de Hoge Raad wel toereikend gemotiveerd. In die zaak had het hof vastgesteld dat er sprake was van overboekingen, contante opnames en stortingen van geldbedragen en had het hof overwogen dat dit complex van betalingen en andere financiële transacties erop was gericht de herkomst van geldbedragen te verhullen en daartoe ook geschikt was.