Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Criminele herkomst van bitcoins bij bitcoinhandelaar

Hoge Raad, 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:52, in combinatie met ECLI:NL:PHR:2025:1129.

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad arrest gewezen over schuldwitwassen in de context van bitcoinhandel. De zaak draait om een verdachte die via Marktplaats zijn diensten aanbood als bitcoinhandelaar. Derden konden hun bitcoins naar één van zijn wallets sturen, waarna de verdachte deze via online exchanges omzette in giraal geld op zijn bankrekening en contant uitbetaalde. In totaal ging het om ruim € 3,5 miljoen aan omgezette bitcoins.

In deze zaak is het niet duidelijk uit welk gronddelict het geld afkomstig is, dus wordt het stappenplan witwassen gevolgd. De verdachte bood zijn diensten aan via Marktplaats tegen een fee van 3 tot 5% afhankelijk van het bedrag. Uit onderzoek naar de wallets bleek dat sommige bitcoins ook van darknet markets afkomstig waren. Het Openbaar Ministerie wees daarnaast op diverse witwastypologieën:

  • de koper biedt zijn diensten aan via internet middels vraag- en aanbodsites;
  • de koper stelt geen identiteit van de verkoper vast;
  • de koper rekent in contanten af;
  • de koper brengt een ongewoon hoog percentage wisselcommissie in rekening;
  • de transactie vindt plaats in een (openbare) omgeving waar veel publiek aanwezig is waardoor het veiligheidsrisico voor de koper vermindert;
  • een legale economische verklaring voor de wijze van omwisseling is niet aannemelijk;
  • de omvang van de aangekochte virtuele betaalmiddelen is niet aannemelijk in relatie tot gemiddeld particulier gebruik;
  • de koper is niet bij de Kamer van Koophandel en niet bij de Belastingdienst bekend voor het zijn van wisselinstelling.

Criminele herkomst

Het hof oordeelde dat er duidelijke kenmerken van deze witwasindicatoren te herkennen zijn in het handelen van de verdachte. Alleen leidt dit niet direct tot de conclusie dat de volledige wallet uit misdrijf afkomstig is. Daarbij neemt het of mee dat de fee die verdachte in rekening bracht misschien hoger was dan bij een exchange, maar dat deze niet dusdanig hoog was dat een criminele herkomst de enige verklaring kon zijn voor dit percentage. Hoewel het zo is dat de verdachte een groot risico liep met zijn handelswijze, verandert dit het oordeel van het hof niet met betrekking tot de volledige criminele herkomst. In plaats daarvan trekt het hof de uitkomst van een blokchain onderzoek waaruit bleek dat 10.65% van de omgezette bitcoins uit één bitcoinwallet aantoonbaar van darknet markets afkomstig waren door naar alle wallets van de verdachte. Het hof past deze werkwijze toe omdat het grootste deel van de handel (71%) via de onderzochte wallet ging en de verdachte geen onderscheid maakte tussen de wallets. Voor het overige deel bedrag is het hof van oordeel dat de feiten en omstandigheden waaronder verdachte handelde een vermoeden van criminele herkomst onvoldoende staven.

Wetenschap van de verdachte

Het hof acht niet bewezen dat er bij de verdachte sprake was van opzet. Hoewel het handelen van de verdachte risicovol was, betekent dat nog niet dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een deel van de bitcoins afkomstig was van misdrijf. Het hof is wel van oordeel dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat een deel van de bitcoins van misdrijf afkomstig was. De verdachte is namelijk meermaals gewaarschuwd door banken, maar nam geen maatregelen om dit risico te ondervangen. Hij deed in het geheel geen onderzoek naar de identiteit van de verkopers.

Hoge Raad

De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof in cassatie. Volgens de Hoge Raad kan uit de vastgestelde feiten niet zonder meer worden afgeleid dat 10,65% van het totale bedrag van ruim € 3,5 miljoen afkomstig was van darknet markets. Het hof baseert de bewezenverklaring op het onderzoek naar één wallet en kon niet aannemen dat dit percentage representatief was voor alle wallets. Ook het feit dat één afzonderlijke transactie in een andere wallet van een darkweb‑market afkomstig was, maakt dit niet anders. De omstandigheden waarop het hof zich baseerde – zoals het langdurig gebruik van de onderzochte wallet en het grote aantal bitcoins dat daarop werd ontvangen – zijn volgens de Hoge Raad onvoldoende om het percentage door te trekken naar het volledige handelsvolume van de verdachte. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat schuldwitwassen onvoldoende bewezen is en verwijst de zaak terug naar het hof.

Daarmee onderstreept de Hoge Raad opnieuw dat bij witwasveroordelingen de herkomst van middelen zorgvuldig en concreet moet worden vastgesteld, zeker wanneer percentages of bepaalde gegevens worden doorgetrokken om criminele herkomst te onderbouwen. In het arrest wordt niet ingegaan op de redenering van het hof dat de aanwezigheid van de overige witwastypologieën niet voldoende is om de criminele herkomst van bitcoins aan te nemen. De cassatieklacht dat het hof zich baseert op het feit van algemene bekendheid dat darknet markets vrijwel uitsluitend worden gebruikt voor criminele transacties wordt ook niet besproken.

Deel deze pagina