Geen schending Wwft-meldplicht: klacht tegen notaris ongegrond verklaard
Publicatiedatum 26-02-2026, 9:12 |
Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden, 26 september 2025, ECLI:NL:TNORARL:2025:36
In deze zaak komt aan de orde of een notaris had moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van klager en of hij melding had moeten maken van een, volgens klager, ongebruikelijke transactie met betrekking tot de verkoop van een woning. De zaak laat zien hoe de Wwft-meldplicht moet worden ingevuld.
Deze zaak draait om de verkoop van een appartement aan een vastgoedkoper. De koopsom bedraagt €325.000 en ligt volgens de klager in deze zaak te laag, zeker omdat de koper het pand na een beperkte verbouwing binnen korte tijd voor €515.000 doorverkoopt. Klager stelt bovendien dat hij vanwege zijn psychische problematiek niet wilsbekwaam was op het moment dat hij de akte van levering bij de notaris tekende. Daarnaast vindt hij dat de transactie ongebruikelijk of verdacht is en dat de notaris daarom een Wwft‑melding had moeten doen.
De Kamer schetst dat de notaris niet betrokken is bij de totstandkoming van de koopovereenkomst; deze is reeds gesloten wanneer het dossier bij hem binnenkomt. Zijn opdracht is beperkt tot het verzorgen van de levering en de gebruikelijke controles richting hypotheekhouder en VvE. Tijdens de voorbereidende fase communiceert klager veelvuldig met het kantoor van de notaris, reageert snel en stelt heldere vragen over bijvoorbeeld de afkoopwaarde van een gekoppelde polis en het moment van uitbetaling. Ook tijdens de afspraak op kantoor, waar de akte wordt gepasseerd, maakt klager een lucide, adequaat reagerende indruk. De notaris heeft dan geen concrete aanwijzingen dat klager zijn wil niet kan vormen of begrijpen.
Wat betreft de Wwft‑aspecten beoordeelt de Kamer vooral de vraag of de transactie kwalificeert als een meldenswaardige ongebruikelijke transactie. Klager wijst op de lage verkoopprijs en stelt dat de koper hem heeft misleid. De Kamer volgt die redenering niet. De notaris heeft immers een onderbouwde verklaring voor de lage prijs: in de koopovereenkomst staat al vastgelegd dat het appartement in “zeer slechte staat” verkeert, klager zelf bevestigt dit richting de notaris en stuurt er foto’s van mee, en ook de VvE meldt telefonisch dat het appartement in deplorabele staat is. Vanuit dit feitencomplex heeft de notaris een reële waardeverklaring die past bij een lage koopsom.
Omdat er geen aanwijzingen zijn voor witwassen, financiering van terrorisme of andere Wwft‑risico’s, bestaat er geen verplichting voor de notaris om een melding te doen. Daarbij speelt mee dat de opdracht van de notaris beperkt is en dat hij niet verantwoordelijk is voor de prijsvorming bij de totstandkoming van de koop. De Kamer benadrukt dat de beoordeling of een transactie ongebruikelijk is een eigenstandige verantwoordelijkheid van de notaris vormt en dat de omstandigheden in deze zaak geen enkele reden bieden om de transactie als Wwft‑verdacht te kwalificeren. Uiteindelijk verklaart de Kamer de volledige klacht ongegrond: de notaris twijfelt terecht niet aan de wilsbekwaamheid van klager, en hij handelt zorgvuldig en binnen zijn wettelijke kaders. Op Wwft‑gebied heeft hij geen meldplicht geschonden, omdat er geen feiten of signalen zijn die een ongebruikelijke transactie aannemelijk maken.