Go directly to content
Naar de homepage

Nieuwe versie OESO-handboek witwasindicatoren

1 juli 2019 14:17

Door: Sophie de Ridder, LLM, medewerker kennis en expertise AMLC

Indicatoren en typologieën zijn van groot belang in witwasonderzoeken. Wanneer er gekozen wordt om alléén voor witwassen te vervolgen en geen nader onderzoek naar het gronddelict te doen, kan door middel van de indirecte bewijsmethode witwassen bewezen worden. Daarbij moet er eerst worden vastgesteld dat er sprake is van een vermoeden van witwassen. Als er een vermoeden van witwassen is, dan mag van de verdachte verlangd worden dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het voorwerp. Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Als die verklaring niet wordt gegeven, kan geconcludeerd worden dat het niet anders kan dan dat het voorwerp van misdrijf afkomstig is. Dit zogenaamde stappenplan is geformuleerd in een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 januari 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481) en wordt sindsdien veelvuldig toegepast. Deze methode start zoals gezegd met een vermoeden van witwassen. Dat vermoeden kan gebaseerd worden op witwasindicatoren. Die zijn dus van groot belang voor de witwasonderzoeken met een onbekend gronddelict.

Er zijn veel verschillende indicatoren en typologieën. Het is belangrijk om de indicatoren die van toepassing zijn in een onderzoek, duidelijk weer te geven en te specificeren voor de zaak. In de ene zaak is dezelfde indicator veel ‘sterker’ dan in de andere zaak. Als voorbeeld, het voorhanden hebben van veel contant geld  kan wijzen op witwassen. Bij een handelaar in tweedehandsauto’s is dat het makkelijker verklaarbaar dan als iemand die in loondienst is bij een belastingadvieskantoor dat heeft. Het blijft wel in beide gevallen een indicator. Er is geen minimumeis voor het aantal indicatoren dat nodig is in een zaak om te spreken van een vermoeden van witwassen. Hoe meer indicatoren van toepassing zijn op een zaak, hoe sterker het witwasvermoeden en hoe meer verdachte heeft uit te leggen in zijn verklaring (zie ook rechtbank Amsterdam ECLI:NL:RBAMS:2018:4994).

Er zijn behoorlijk veel typologieën en indicatoren, die op verschillende plekken gevonden kunnen worden. Op de website van het AMLC is een overzicht te vinden waarin alle typologieën en een aantal feiten van algemene bekendheid en overige indicatoren zijn opgenomen. Dit overzicht is niet limitatief. Er zijn nog veel meer indicatoren te vinden, bijvoorbeeld in FATF rapporten over specifieke onderwerpen en in rechterlijke uitspraken. Eind 2019 zal het AMLC-overzicht weer vernieuwd worden. Via de nieuwsbrief en de website houden we u op de hoogte.

Recentelijk heeft de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) haar handboek met witwasindicatoren vernieuwd. De vorige versie van het handboek stamt uit 2012. De nieuwe versie is momenteel alleen in het Engels beschikbaar, de Nederlandse vertaling zal binnenkort uitkomen en ook op de website geplaatst worden. Het handboek is geschreven om het bewustzijn op het gebied van witwassen bij medewerkers van belastingdiensten te vergroten. Naast uitleg over wat witwassen is, staan in het handboek per categorie indicatoren die op witwassen wijzen beschreven. Dit maakt dat het handboek niet alleen helpt bij het bewustzijn over witwasrisico’s bij belastingdienstmedewerkers maar ook goed bruikbaar is bij opsporingsonderzoeken. De beschreven indicatoren kunnen, wanneer specifiek gemaakt voor de zaak, gebruikt worden om het vermoeden van witwassen te onderbouwen.

Het handboek uit 2009 bevatte de volgende categorieën:

  • natuurlijke personen (niet-winst)
  • kantoortoets en voorbereiding controle (winst)
  • uitvoering controle (winst)
  • indicatoren voor vastgoed
  • indicatoren voor contant geld
  • indicatoren voor internationale handelsstromen
  • indicatoren voor leningen
  • indicatoren vrije beroepsbeoefenaren

Aan het nieuwe handboek zijn twee categorieën indicatoren toegevoegd; liefdadigheidsinstellingen & buitenlandse rechtspersonen, en virtuele valuta. Nieuw is ook dat er in deze versie van het handboek een hoofdstuk met indicatoren met betrekking tot terrorisme financiering is opgenomen.

Voorbeelden van indicatoren met betrekking tot liefdadigheidsinstellingen zijn:  The entity has little or no physical or online presence, cash deposits in large denominations en  Principals, directors, officers, or key employees of an entity showing unusual rise in net worth. De indicatoren die wijzen op witwassen in verband met virtuele valuta, lijken sterk op de Nederlandse typologieën over virtuele betaalmiddelen.  In het handboek staan nog een aantal indicatoren die (nog) geen typologie zijn. Bijvoorbeeld het gebruik van een debitcard die gevoed wordt door cryptocurrencies. Een andere indicator is het accepteren, verhandelen of beschikbaar hebben van ‘coins’ die een geschiedenis hebben op het dark web. Dat dit gebruikt kan worden voor de onderbouwing van het vermoeden van witwassen en vervolgens het bewijzen van de criminele herkomst hebben we gezien in uitspraken met betrekking tot illegale bitcointraders. Eind 2017 stelde de rechtbank Midden-Nederland dat nagenoeg alle bitcoins die van darknet markets afkomstig zijn, een criminele herkomst hebben (ECLI:NL:RBMNE:2017:5713).

Het handboek van de OESO laat zich goed gebruiken in opsporingsonderzoeken doordat je bij de categorie kan kijken die op jouw onderzoek van toepassing is. Het is een mooie aanvulling op de typologieën en overige indicatoren.