Ga direct naar de inhoud

Samenwerking tussen banken en opsporing

20 december 2021 11:36

Gitty Kanters, FIOD Eindhoven

Inleiding
Onlangs verrichte de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een aangifte van ING. Deze aangifte bleek de start van een goudmijn aan gevonden informatie. Dit met als resultaat de aanhouding van zeven verdachten die vermoedelijk deel uitmaakten van een criminele organisatie die zich bezig hield met omvangrijke oplichting en het door inzet van vele geldezels witwassen van de daarmee verkregen gelden.

Met dit artikel beogen we banken (nogmaals) te informeren over het belang van hun detecterende rol inzake financiële criminaliteit. Daarnaast willen we (financieel) rechercheurs inspireren tot het benutten van technische/identificerende gegevens die bij banken beschikbaar zijn en in onderhavig onderzoek cruciaal bleken.[1]

Wat maakte de informatie van ING zo waardevol voor het FIOD-onderzoek?
Aanleiding voor de aangifte van ING was een detectiesignaal dat was afgegaan op een rekening waarop opvallende transacties plaatsvonden (voor de rekeninghouder a-typische transacties, zijnde een substantiële bijschrijving uit het buitenland en daarop volgend direct de contante opname van deze gelden). Vervolgens heeft ING onder andere onderzoek gedaan naar de verschillende devices die ingelogd zijn geweest op het persoonlijke MijnING-account (elektronisch bankieren) van de betreffende rekeninghouder. Op basis van bij de bank vastgelegde (unieke) devicekenmerken zagen zij dat met één van de devices was ingelogd op de MijnING-accounts van meerdere rekeninghouders. Bij deze andere rekeninghouders bleek een zelfde opvallend transactiegedrag zichtbaar op de rekeningen. Deze informatie was uitgebreid toegelicht in de aangifte en bleek van groot belang bij het in beeld brengen van de eerste verdachte. Daarnaast waren zowel in de aangifte als in de bijlagen van de aangifte IP-adressen vermeld behorend bij de inlogmomenten op de diverse MijnING-accounts. Deze IP-adressen konden gelinkt worden aan woonadressen dan wel vergeleken worden met IP-adressen die op andere momenten door verdachten waren gebruikt. Ook waren voor zover mogelijk camerabeelden van contante opnames door de bank veiliggesteld en in de aangifte opgenomen. Op deze beelden zijn gedurende het onderzoek verdachten, niet zijnde de rekeninghouders, herkend.

Afsluitend
Samengevat heeft de bank in dit specifieke onderzoek zeer waardevolle informatie in haar aangifte opgenomen. Het ‘voorwerk’ van de bank is van cruciaal belang gebleken bij de opsporing van de vermoedelijke criminele organisatie. De rekeningen die door deze vermeende criminele organisatie werden gebruikt, waren vermoedelijk van geldezels. Ook deze geldezels zelf hebben met het ter beschikking stellen van hun rekeningen mogelijk strafbare feiten gepleegd. Het strafdossier ligt  momenteel voor aan het OM. Een zittingsdatum is nog niet bekend.

[1] Bedenk als rechercheur goed welke informatie van meerwaarde kan zijn voor het onderhanden onderzoek. Hiermee wordt, naast de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets door de Officier van Justitie, voorkomen dat banken onnodig veel werk krijgen.