Ga direct naar de inhoud

Uitsluiten legale herkomst en schuldwitwassen

Publicatiedatum 02-02-2016, 10:18

In deze uitspraak wordt het zogenoemde zes-stappenplan toegepast. Door een legale herkomst uit te sluiten komt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geld van misdrijf afkomstig is. De verdachte heeft op meerdere momenten grote geldbedragen ontvangen op zijn bankrekeningen via stortingen uit het buitenland. Van deze grote bedragen heeft hij steeds in een betrekkelijk kort tijdsbestek het grootste deel contant opgenomen. Hij nam veelvuldig de maximaal per dag toegestane hoeveelheid geld op via geldautomaten. Tweemaal heeft hij grote bedragen opgenomen in een casino. Bij de verdachte zijn negen bankpassen aangetroffen. Er is dan ook sprake van een vermoeden van witwassen. Dat betekent dat van de verdachte een verklaring omtrent de herkomst van de geldbedragen verlangd mag worden. Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte vanaf het begin tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij voor het eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren.

Verdachte verklaart dat hij zijn bankpas aan een ander heeft gegeven, zodat deze geld kon storten op de bij de pas behorende rekening. Het OM heeft onderzoek gedaan naar deze verklaring, maar heeft deze persoon niet kunnen traceren. Ook is onderzoek gedaan naar de rekeningen waarvan de bedragen naar de verdachte zijn overgemaakt. Daarbij zijn alleen zogenoemde ‘moneyhouses’ getraceerd en geen concrete personen. Deze verklaring is niet plausibel en verifieerbaar. Daarom concludeert het hof dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.

Vervolgens is het de vraag of de verdachte dit ook wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden. Het hof stelt dat niet is gebleken dat de verdachte wist dat de geldbedragen uit misdrijf afkomstig waren. Er is dus geen sprake van opzettelijk witwassen. Wel is er sprake van schuldwitwassen. De verdachte heeft geen vragen gesteld omtrent de herkomst van het uit het buitenland gestorte geld, het geld zonder meer opgenomen en vervolgens contant aan een derde overgedragen. De verdachte is daarbij tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht. Waardoor hij met aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld en zich dus schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 80 uur. ECLI:NL:GHAMS:2015:5279

Categorie: