Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van AMLC

Vermenging

16 oktober 2020 12:00

Er is in de woning van verdachte onder meer een grote hoeveelheid contant geld (euro’s en buitenlandse valuta) aangetroffen. Het geld lag in een beautycase in de slaapkamer, in een nachtkastje etc. De verdachte is veroordeeld voor witwassen nu het o.a. gezien haar legale inkomen niet anders kan zijn dan dat het geld van misdrijf afkomstig is. De verdediging betwist dit. De zaak is in 2018 bij de Hoge Raad geweest. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het gerechtshof ten aanzien van een deel van het bedrag, zo’n 13.500 euro, onvoldoende gemotiveerd heeft dat het geld van misdrijf afkomstig is nu verdachte onderbouwd had aangegeven dat er sprake is van schadevergoeding en verzekeringsgelden.

Na terugverwijzing komt de zaak weer bij het gerechtshof. Het hof oordeelt nu dat die verklaring over schadevergoeding en verzekeringsgeld  verifieerbaar en niet op voorhand onwaarschijnlijk was. Maar, voor zover die 13.500 euro ten tijde van de inbeslagneming nog in het bezit van verdachte was, is niet herleidbaar waar dat geld zich ten tijde van de doorzoeking in de woning bevond. ‘De verdachte heeft daarover niets (concreets) verklaard. Voor zover de bedragen zich in de beautycase, het nachtkastje en/of de woonkamer zouden hebben bevonden, is sprake van vermenging van vermogensbestanddelen die van misdrijf afkomstig zijn met vermogensbestanddelen die uit een legale bron afkomstig zijn. Gelet op de jurisprudentie (HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578, NJ 2010/44) dient het vermogen in dat geval als ‘gedeeltelijk’ – onmiddellijk of middellijk – van misdrijf afkomstig te worden aangemerkt.’

In deze zaak wordt bewezenverklaard dat het in de woning aangetroffen geld ‘van misdrijf afkomstig’ is, maar wordt overwogen dat voor zover er legaal geld tussen het in beslag genomen geld zat, het vermogen ‘gedeeltelijk van misdrijf afkomstig’ is. Het blijft dus onduidelijk óf er een legaal deel in het aangetroffen geld zat, en zo ja hoe groot dat deel was. Overigens hoeft het bestanddeel ‘deels’ ook niet te worden opgenomen in de bewezenverklaring; de eis dat voor de begrijpelijkheid van de strafoplegging noodzakelijk is dat eerst wordt vastgesteld hoe omvangrijk het illegale deel van het vermogen is, vindt geen steun in het recht (zie oa ECLI:NL:PHR:2019:1012). De weg lijkt nu vrij te zijn voor verbeurdverklaring van het totale aangetroffen bedrag. Wat in deze casus precies is verbeurdverklaard valt zonder beslaglijst niet te achterhalen.

Gerechtshof Amsterdam 17-8-2020 (na terugverwijzing HR)

ECLI:NL:GHAMS:2020:2290