Ga direct naar de inhoud

Boete trustkantoor

20 december 2021 12:09

Rechtbank Rotterdam, 3 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10943

DNB heeft een bestuurlijke boete opgelegd van € 100.000,- aan een trustkantoor en medegedeeld dat zij zal overgaan tot openbaar maken van dit besluit. Het trustkantoor is het hier niet mee eens en heeft de kortgedingrechter verzocht om deze beslissing op te schorten, totdat er is beslist door de rechtbank over de rechtmatigheid van het boetebesluit. De boete is opgelegd, omdat het trustkantoor had nagelaten een ongebruikelijke transactie op tijd (dat wil zeggen binnen 14 dagen) te melden bij de FIU. Het ging hier om in rekening gebrachte consultancy diensten door een partij gevestigd in Panama aan een andere partij, met betrekking tot de handel in olie in of via Rusland en Kazachstan, waarbij PEP’s (politically exposed persons) betrokken waren. De gestuurde facturen weken sterk af van de consultancy agreement die eraan ten grondslag lag. Zo stond in de consultancy agreement dat de ene onderneming iedere maand een fixed fee van USD 200.000,- aan de andere onderneming zou betalen, terwijl de facturen een periode van een halfjaar besloegen en geen specificaties bevatten ten aanzien van de werkzaamheden die zijn verricht. Bovendien zijn er andere bedragen in rekening gebracht dan overeen was gekomen. Verder was er een bonus gefactureerd, terwijl dat niet volgde uit de consultancy agreement. Doordat onduidelijk was waar toegezonden facturen precies betrekking op hadden en doordat er werd afgeweken van afspraken op meerdere punten heeft het trustkantoor volgens de voorzieningenrechter niet kunnen vaststellen dat de facturen daadwerkelijk verband hielden met verrichte consultancy diensten. Aan een trustkantoor mogen hoge eisen worden gesteld om witwassen te voorkomen en iedere ongebruikelijke transactie moet worden gemeld. Nu het trustkantoor dat niet tijdig heeft gedaan, heeft de FIU niet direct onderzoek kunnen doen en relevante instanties kunnen inlichten over een verdachte transactie. Daarnaast mag deze beslissing openbaar worden gemaakt, omdat publicatie hier niet onevenredig is volgens de rechter. Eventuele reputatieschade is daarvoor niet voldoende.