Hypotheekfraude: valsheid in geschrift en eenvoudig witwassen
Publicatiedatum 26-02-2026, 14:02 |
Rechtbank Noord-Holland, 24 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15614
In deze uitspraak omtrent hypotheekfraude komt naar voren hoe civielrechtelijke documenten een strafrechtelijke betekenis kunnen krijgen zodra bewust onjuiste informatie wordt verstrekt. De rechtbank veroordeelde de verdachte voor valsheid in geschrift en eenvoudig witwassen.
De verdachte kocht in 2014 een appartement en verstrekte daarbij bewust onjuiste informatie om een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) te verkrijgen. Eerdere aanvragen voor een beleggingshypotheek waren afgewezen, omdat daarin correct was vermeld dat het pand zou worden verhuurd. De verdachte diende vervolgens een nieuwe aanvraag in waarin hij verklaarde dat hij zelf in het pand zou gaan wonen. Op basis van deze valse opgave werd de lening verstrekt.
Ook bij de notaris verklaarde hij dat het pand bestemd was voor eigen gebruik, terwijl uit het dossier blijkt dat het appartement al vóór de levering was verhuurd en daarna onafgebroken is verhuurd. De rechtbank achtte daarom bewezen dat de verdachte bewust en doelgericht heeft gelogen om financiering te verkrijgen. De verdachte had nooit de intentie om zelf in het pand te wonen. Hij kocht het als beleggingsobject en verhuurde het vanaf het begin.
De rechtbank overweegt dat de huuropbrengsten én de latere verkoopwinst rechtstreeks voortvloeiden uit de eerder gepleegde valsheden. Zonder de misleidende hypotheekaanvraag had de verdachte het pand immers niet kunnen verwerven. Het verweer dat hij mocht vertrouwen op de hypotheekadviseur en notaris werd verworpen: de verdachte handelde zelf bewust in strijd met de waarheid.
Omdat de opbrengsten uit verhuur en verkoop onmiddellijk afkomstig waren uit een door hemzelf gepleegd misdrijf, beoordeelt de rechtbank of sprake was van gedragingen die verder gingen dan het enkele verwerven of voorhanden hebben van die gelden en die gericht waren op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst. Dat bleek niet het geval. Verdachte wordt vrijgesproken van opzetwitwassen, maar wel veroordeeld worden voor eenvoudig witwassen voor de opbrengsten die verworven zijn na 1 januari 2017. Ten aanzien van de verworven huuropbrengsten voor die tijd volgt ontslag van alle rechtsvervolging. Eenvoudig witwassen is immers pas op 1 januari 2017 strafbaar gesteld.
Opvallend is de vaststelling dat de huurpenningen onmiddellijk in plaats van middellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Op zich is het begrijpelijk dat er een causaal verband is tussen het gronddelict en het verkrijgen van de huurinkomsten. Zonder de valsheid was het huis nooit in bezit van de verdachte gekomen en hadden de huurpenningen niet geïnd kunnen worden. Maar mogelijk zijn de huurpenningen dan indirect uit de valsheid afkomstig in plaats van direct. In dat geval zou de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing zijn en was een veroordeling voor witwassen mogelijk in plaats van eenvoudig witwassen.
Het tweede opvallende is dat er niet wordt gekeken of er meer is gedaan dan simpel voorhanden hebben en verwerven van de huurpenningen, door omzetten, overdragen of gebruiken. Bijvoorbeeld doordat de inkomsten zijn uitgegeven in de jaren erna. Of naar andere rekeningen overgemaakt. In dat geval is de kwalificatie-uitsluitingsgrond ook niet van toepassing en is het dus ook niet nodig om verhullingshandelingen te bewijzen.