Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

Op deze pagina

Oncoloog

Eerder bespraken we de hoofdzaak in eerste aanleg en de ontnemingsvordering in de zaak van de oncoloog. De hoofdzaak gaat kort gezegd over fiscale fraude en witwassen door grote geldbedragen op buitenlandse bankrekeningen uit het zicht van de fiscus te houden, geen belasting af te dragen, en het plegen van verschillende witwashandelingen zoals het opnemen en cash vervoeren van geld, en het consumptief gebruiken van giraal en chartaal geld. (In de periode 2003-2013 heeft verdachte €2.209.750 contant opgenomen en €908.331 onttrokken middels betalingen met zijn creditcards).

Nu diende het hoger beroep in de hoofdzaak. Er was onder andere door het OM hoger beroep ingesteld in verband met de door de rechtbank afgewezen vordering tot verbeurdverklaring; afgewezen omdat de rechtbank niet bewezen achtte dat het gehele Nederlandse vermogen (door vermenging) van misdrijf afkomstig zou zijn. Het was volgens de rechtbank nog voldoende individualiseerbaar welk deel van het Nederlandse vermogen van de verdachte van misdrijf afkomstig was en welk deel een legale herkomst had. Het hof merkt wel het gehele vermogen van verdachte aan als deels van misdrijf afkomstig. Uit ECLI:NL:HR:2010:BN0578 volgt dat in het geval dat van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn vermengd met vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van legale activiteiten, het aldus vermengde vermogen kan worden aangemerkt als ‘mede’ of ‘deels’ uit misdrijf afkomstig. In de onderhavige zaak is dat aan de orde. Immers, de legale vermogensbestanddelen zijn vermengd met van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen, te weten de bedragen die hadden moeten zijn afgedragen aan de belastingdienst maar door verdachte zijn gehouden.

In zijn hierboven genoemde arrest van 23 november 2010 overweegt de Hoge Raad verder (overwegingen 3.6.2. en 3.6.3.) dat een terughoudende toepassing van de ‘vermengingsleer’ dient te worden betracht. Daarbij worden niet-limitatief enkele omstandigheden genoemd die ertoe kunnen leiden dat ook in geval van vermenging van legaal vermogen met van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen geen sprake is van witwassen. In de onderhavige zaak heeft de verdachte meer dan tien jaren achtereen geen volledige belastingaangifte gedaan. De uit misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen betreffen een aanzienlijk deel van het totale vermogen. Immers, reeds het deel van de legale inkomsten dat op basis van inkomstenbelasting had moeten worden afgedragen bedroeg voor de verdachte ten minste 50%. De combinatie van de omvang van het aldus uit misdrijf verkregen vermogen met de stelselmatigheid waarmee de verzwijging voor de belastingdienst gedurende een lange periode tot aan het moment van ingrijpen door de strafvorderlijke instanties heeft plaatsgevonden, maakt dat het hof het gehele vermogen van de verdachte aanmerkt als deels uit misdrijf afkomstig.

Wat betreft het OM is hiermee de weg vrij voor verbeurdverklaring. Het OM heeft dan ook een gevangenisstraf én een geldboete geëist, en ook verbeurdverklaring gevorderd. Wat betreft de AG zou verbeurdverklaring voor een bedrag ter hoogte van het door de fiscus geschatte nadeel mogelijk zijn, maar rekening houdend met bepaalde omstandigheden is verbeurdverklaring voor een lager bedrag gevorderd. De boete is (anders dan in eerste aanleg) gevorderd nu de fiscale boete niet meer kan worden opgelegd. Het hof neemt de combinatie van hoofdstraffen over, en legt op een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden en een geldboete van 500.000 euro (hoger dan gevorderd). Het hof wijst de vordering tot verbeurdverklaring af, zonder motivering.

Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2017

ECLI:NL:GHAMS:2017:3948