Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van AMLC

Regulering van virtuele valuta via de vijfde anti-witwasrichtlijn

27 februari 2020 10:49

Door Ilona Ekelschot en Sophie de Ridder,  AMLC

Inleiding
De ontwikkelingen met betrekking tot virtuele valuta in het financiële stelsel volgen elkaar in rap tempo op. Hierdoor nemen de uitdagingen op het gebied van toezicht, wetgeving en fraudebestrijding toe. Virtuele valuta – waarvan Bitcoin de meest bekende is – vielen niet onder de vierde Europese anti-witwasrichtlijn.[1] Virtuele valuta worden in Nederland niet erkend als wettige betaalmiddelen.[2] De vijfde anti-witwasrichtlijn brengt hier verandering in.[3] Zodra de vijfde anti-witwasrichtlijn wordt geïmplementeerd, leidt het tot wetswijzigingen. De Wet ter voorkoming van witwassen (hierna Wwft) zal worden uitgebreid met nieuwe meldersgroepen. Het doel van de richtlijn is onder andere om beter in te spelen op de technologische ontwikkelingen en de eerste stappen te zetten naar regulering van virtuele valuta. Het uitgangspunt is dat het gebruik van virtuele valuta een grote mate van anonimiteit met zich mee brengt waardoor criminelen via transacties met virtuele valuta de herkomst van misdaadgeld kunnen verhullen voor autoriteiten.  Een schatting is dat Bitcoin betrokken zijn bij ongeveer 76 miljard dollar aan illegale activiteiten per jaar, dat is 46% van alle Bitcoin-transacties.[4] Het creëren van nieuwe poortwachters op het gebied van virtuele valuta lijkt dus niet overbodig.

Uitbreiding van de vijfde anti-witwasrichtlijn op het gebied van virtuele valuta
De uitbreiding van de Wwft richt zich op twee groepen cryptodienstverleners die worden aangemerkt als meldplichtige instelling. Het gaat hierbij om professionele cryptodienstverleners die deze activiteiten verrichten vanuit hun beroep of bedrijf.

Er zijn twee nieuwe groepen:

  • Crypto-omwisselplatforms, dat zijn platformen die diensten aanbieden voor het omwisselen van virtuele valuta naar fiat geld of andersom (bijvoorbeeld, van Bitcoin naar de Euro of andersom).
  • Daarnaast gaan ook crypto-bewaarportemonnees vallen onder de vijfde anti-witwasrichtlijn. Een crypto-bewaarportemonnee is een soort rekeningnummer waar je de adressen van je virtuele valuta kan beheren.

Onder de groep die wisseldiensten aanbiedt, vallen ook crypto ATM’s  (Automated Teller Machines) oftewel geldautomaten voor virtuele valuta. Via deze automaten kan fiat geld omgezet worden in virtuele valuta en andersom. In 2016 waren er wereldwijd rond de 500 ATM’s actief. In februari 2020 is dat aantal opgelopen tot 6799.[5] De beheerders van de automaten worden de meldplichtige instelling. De uitbater, bijvoorbeeld de eigenaar van een belwinkel waar de automaat staat, wordt dat niet. De beheerders zullen de automaat dus zodanig moeten inrichten dat aan de Wwft-verplichtingen kan worden voldaan.

Met betrekking tot de ‘wallet’ of portemonnee-aanbieders kunnen twee soorten worden onderscheiden. Aanbieders die over zowel de publieke als private sleutel van de gebruiker kunnen beschikken en aanbieders die dat niet kunnen. De eerste groep betreft custodial wallets of bewaarportemonnees, en die groep wordt meldplichtig. Omdat zij over zowel de publieke als private sleutel van de gebruiker kunnen beschikken, zijn ze in staat om de gebruikers en de transacties te monitoren. De aanbieders van non-custodial wallets of software portemonnees, beschikken niet over beide sleutels en zijn dus niet in staat om te monitoren. Die groep valt niet onder de reikwijdte van de richtlijn. Volgens een gezamenlijk rapport van de DNB en AFM, uitgebracht in december 2018 gaat het qua aantallen om ongeveer veertig professionele cryptodienstverleners die zich bezighouden met activiteiten op het gebied van virtuele valuta op de Nederlandse markt.[6]

Gevolgen voor crypto-omwisselplatforms en crypto-bewaarportemonnees
Bij de inwerkingtreding van de vijfde anti-witwasrichtlijn worden ook crypto-omwisselplatforms en crypto-bewaarportemonnees die zich richten op de Nederlandse markt gezien als poortwachters van het financiële stelsel.  Hierdoor hebben zij een wettelijke taak om witwassen en terrorismefinanciering aan de poort te voorkomen.  Dit moeten zij doen door enerzijds op de juiste wijze onderzoek te doen naar de cliënten (cliëntenonderzoek) en anderzijds door het in de gaten houden van de transacties die zij verwerken (transactie-monitoring). Het cliëntonderzoek moet worden gedaan als de instelling een zakelijke relatie aangaat en/of wanneer er een incidentele (samengestelde) transactie wordt verricht van een bedrag van € 15.000,- en/of als er een vermoeden van witwassen is. Het cliëntonderzoek moet risico-gebaseerd zijn. Uit de richtlijn komt naar voren dat er in veel gevallen verscherpt cliëntenonderzoek moet worden gedaan omdat de handel in virtuele valuta extra risico’s met zich meebrengt. Virtuele valuta worden gezien als producten of transacties die de anonimiteit bevorderen en waarbij zakelijke relaties of transacties op afstand worden gedaan zonder bepaalde garanties zoals elektronische identificatiemiddelen.[7] Het cliëntenonderzoek bestaat uit de verplichting om a) de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren op basis van documenten, gegevens of informatie uit een betrouwbare en onafhankelijke bron, b) de uiteindelijk begunstigde te identificeren en redelijke maatregelen te nemen om de identiteit van die persoon te verifiëren, c) de zakelijke relatie te beoordelen en informatie in te winnen over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie en d) de zakelijke relatie doorlopend te monitoren, met inbegrip van het uitvoeren van een nauwlettende controle van de transacties die worden verricht tijdens de duur van de zakelijke relatie. Om dit laatste goed in te kunnen richten moet er een gebruikersprofiel worden gemaakt, zodat afwijkend gedrag vastgesteld kan worden. Op de cryptodienstverleners komt net als voor andere poortwachters de verplichting te rusten om ongebruikelijke transacties te melden bij de FIU.
Daarnaast vallen crypto-omwisselplatforms en crypto-bewaarportemonnees bij de inwerkingtreding van de richtlijn ook onder toezicht van De Nederlandsche Bank. De cryptodienstverleners hebben een registratieplicht en dienen zich te registeren bij de toezichthouder. De aanbieders mogen zonder registratie geen dienstverlening starten of voortzetten. De registratieverplichting geldt voor een ieder die in Nederland woonachtig of gevestigd is, of zijn zetel heeft en die beroeps- of bedrijfsmatig wisseldiensten of bewaarportemonnees in of vanuit Nederland wil aanbieden. Een registratie is ook verplicht voor de aanbieder die vanuit een andere lidstaat in Nederland diensten wil aanbieden, ongeacht of die aanbieder reeds in die andere lidstaat is geregistreerd. Hetzelfde geldt voor de aanbieder die vanuit Nederland enkel grensoverschrijdend diensten verleent.  DNB houdt in de gaten of de cryptodienstverleners de interne processen goed hebben ingericht op het gebied van cliëntenonderzoek, transactie-monitoring en het melden van ongebruikelijke transacties. Daarnaast toetst DNB ook of de medewerkers op compliance-afdelingen van geregistreerde cryptodienstverleners voldoende geschikt en betrouwbaar kunnen worden geacht.

De FIOD, en dan in bijzonder het Financial Advanced Cyber Team (FACT), werkt op dit onderwerp samen met publieke partijen waaronder de FIU en de DNB en private partijen waaronder diverse cryptodienstverleners. Er zijn verschillende lopende initiatieven op het gebied van samenwerking en kennisdeling tussen de partijen. Door gebruik te maken van elkaars kennis en krachten wordt de meldketen op het gebied van virtuele valuta versterkt.

Implementatie van de vijfde anti-witwasrichtlijn
De verwachting was dat de vijfde anti-witwasrichtlijn op 10 januari 2020 wettelijk van kracht zou gaan in Nederland. De overheid heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben. Momenteel ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer.[8] Het is nog niet bekend wanneer precies de vijfde anti-witwasrichtlijn in Nederland wordt geïmplementeerd. Opvallend is dat een aantal cryptodienstverleners die hebben geanticipeerd op de invoering van de wetgeving zijn gestopt of hun activiteiten hebben verplaatst buiten Europa.[9] Afgelopen maand werd bekend dat de Europese Commissie een inbreukprocedure is gestart omdat Nederland te laat is met het implementeren van de richtlijn.[10] Nederland heeft een aanmaningsbrief ontvangen met het verzoek om de richtlijn alsnog spoedig te implementeren gezien het belang voor de Europese Unie. Als Nederland de richtlijn alsnog niet naar behoren implementeert, dan kan de Europese Commissie vervolgstappen ondernemen. Zo kan een zaak aanhangig worden gemaakt bij het Hof van Justitie waardoor in bepaalde gevallen financiële sancties kunnen worden opgelegd.[11] Maar zo’n vaart zal het niet lopen, waarschijnlijk treedt de implementatiewet ergens komende maanden, nog voor de zomer in werking.

 

[1] Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&from=en
[2] Volgens de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) wordt erkend als ‘wettig betaalmiddel’ contant geld, giraal – en elektronisch geld. Virtuele valuta worden volgens de Wwft gedefinieerd als een digitale weergave van waarde die niet door een centrale bank of overheid wordt uitgegeven of gegarandeerd, die niet noodzakelijk aan een wettelijk vastgestelde valuta is gekoppeld en die niet de juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke personen of rechtspersonen als ruilmiddel wordt aanvaard en die elektronisch kan worden overgedragen, opgeslagen en verhandeld.
[3] Richtlijn (EU) 2018/843 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32018L0843&from=EN
[4] Sean Foley et al., Sex, Drugs, and Bitcoin: How Much Illegal Activity Is Financed through Cryptocurrencies?, The Review of Financial Studies, Volume 32, Issue 5, May 2019, Pages 1798–1853, https://doi.org/10.1093/rfs/hhz015
[5]https://coinatmradar.com/
[6] Het rapport is online te raadplegen via deze link: https://www.dnb.nl/binaries/Crypto_tcm46-381603.pdf?2019110901
[7] Zie ook Open Boek Toezicht van de DNB over cryptodienstverlening te raadplegen via deze link https://www.toezicht.dnb.nl/2/50-237945.jsp
[8] Zie deze link voor de actuele stand van zaken bij de Eerste Kamer https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35245_implementatiewet_wijziging
[9]https://lekkercryptisch.nl/nieuws/2020/01/13/Nieuwe-anti-witwasregels-voor-cryptobedrijven-dodelijk-voor-innovatie
[10]https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/inf_20_202
[11]https://ec.europa.eu/info/law/law-making-process/applying-eu-law/infringement-procedure_nl