Witwasvermoeden door weigering legitimatie en onverklaarbaar contant geld
Publicatiedatum 30-06-2026, 14:19 |
Gerechtshof Amsterdam, 20 februari 2026, https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:830
Recent heeft het hof uitspraak gedaan in een zaak waarin centraal stond of een verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van twee contante geldbedragen die bij hem werden aangetroffen na observaties bij geldwisselkantoren van Suri Change.
Het hof heeft in deze zaak beoordeeld of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van twee contante geldbedragen van € 4.420 en € 4.612,50. Deze bedragen werden bij hem aangetroffen nadat hij en een medeverdachte waren geobserveerd bij twee geldwisselkantoren van Suri Change in Amsterdam. Zij probeerden daar 5.000 Zwitserse franken om te wisselen naar € 4.500. Bij het eerste kantoor weigerden zij hun legitimatie te tonen, waarna de medewerker de transactie niet uitvoerde. Bij het tweede kantoor werd het geld zonder legitimatie aangenomen en kreeg de verdachte € 4.500 mee. Kort daarna zijn beide mannen aangehouden. Tijdens de fouillering trof de politie twee enveloppen met contant geld aan. De envelop die was overhandigd bij Suri Change bevatte een geldbedrag van € 4.420 en een andere envelop van een ander geldwisselkantoor bevatte € 4.612,50.
De verdediging stelde dat sprake was van een vormverzuim omdat informatie onrechtmatig zou zijn verkregen. Het hof verwerpt dit. De medewerker van Suri Change gaf slechts feitelijke informatie over het gedrag van bezoekers. Hiervoor is geen bijzondere opsporingsbevoegdheid nodig of ingezet. Zodoende kunnen de vormen die verbonden zijn aan deze bevoegdheden ook niet verzuimd zijn. Voor zover de raadsman heeft aangevoerd dat de politie het ‘bankgeheim’ heeft geschonden, en om die reden sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, volgt het hof dit niet, reeds omdat met de invoering van Richtlijn 2003/48/EG en Richtlijn 2014/48/EU niet zonder meer kan worden gesproken van het bestaan van een ‘bankgeheim’ in de lidstaten van de Europese Unie. Het hof ziet geen vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden.
Over de herkomst van het geld stelt het hof vast dat van de verdachte geen legale inkomsten bekend zijn. Wel beschikt hij over een Maserati en had hij grote hoeveelheden contant geld bij zich, zonder dat daarvoor een legale economische noodzaak is gebleken. Dat de verdachte afzag van de transactie zodra hem om legitimatie werd gevraagd, duidt volgens het hof op het willen vermijden van traceerbaarheid en geeft de transactie een heimelijk karakter. Deze omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig is. De weigering om zich te legitimeren draagt dus bij aan het witwasvermoeden.
In dat geval mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete en verifieerbare verklaring geeft voor de herkomst van het geld. De verdachte verklaarde dat € 4.000 afkomstig was uit werk en € 5.000 spaargeld van familie betrof. Hij weigerde echter te zeggen welk werk hij deed of van welke familieleden het geld zou komen. De verklaring is daardoor niet controleerbaar. Een Italiaans document waaruit zou blijken dat hij een bedrijf heeft, verandert dit niet, omdat een enkele inschrijving geen inkomsten aantoont.
Het hof concludeert dat geen aanvaardbare legale verklaring resteert. De enige plausibele verklaring is dat het geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte hiervan wist. Het witwassen wordt daarom bewezen verklaard.