Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

PGB‑Fraude en vermenging

Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, 1 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2031

Recent heeft het hof uitspraak gedaan in de omvangrijke PGB‑zaak Mansfield waarin gedurende meerdere jaren miljoenen euro’s aan zorggelden zijn ontvangen, vermengd en weggeleid. De zaak draait om onterecht gedeclareerde PGB‑inkomsten, grootschalige contante opnames en buitenlandse overboekingen, en biedt inzicht in hoe rechters omgaan met vermenging van legaal en illegaal vermogen binnen witwasconstructies.

Binnen de onderzochte PGB‑constructie werd gedurende meerdere jaren op grote schaal zorg gedeclareerd die in werkelijkheid niet of slechts gedeeltelijk was geleverd. De zorginstelling werd in deze periode geleid door verdachte en zijn broers, die respectievelijk als directeur, zorgcoördinator en (financieel) manager verantwoordelijk waren voor het indienen van zorgovereenkomsten, verantwoordingsformulieren, declaraties en facturen bij het zorgkantoor, de SVB en zorgverzekeraars. Met deze documenten werd volgens het hof de indruk gewekt dat aanzienlijk meer zorg was verleend dan feitelijk het geval was. Uit onderzoek van de Inspectie SZW bleek dat maximaal 28,1% van de gedeclareerde zorg kon zijn geleverd, daarnaast verklaarden meerdere cliënten (door de verdachten aangeduid als ‘budgethouders’)  dat zij geen of slechts beperkte zorg ontvingen. De aangetroffen ‘verdeellijsten’, met daarop namen van budgethouders, bedragen en percentages, ondersteunen het beeld dat de onterecht verkregen PGB‑gelden vervolgens werden gedeeld met budgethouders of hun familieleden.

In totaal ging het om € 8,1 miljoen aan PGB‑inkomsten (de ten laste legging beperkt zich tot € 7.809.269), waarvan volgens het hof circa € 5,4 miljoen onterecht was verkregen. Deze gelden werden vervolgens op verschillende manieren uit de organisatie gehaald: € 3,9 miljoen werd contant opgenomen, bijna € 1 miljoen werd overgemaakt naar Turkije voor onder meer vastgoedinvesteringen, en € 894.000 werd overgeboekt naar de rekening van verdachte, waarvan circa € 613.000 contant werd opgenomen. Daarnaast vonden overboekingen plaats naar privérekeningen en familieleden zonder zakelijke tegenprestatie, waaronder € 72.000 naar een broer van verdachte. Een kasadministratie ontbrak, interne geldstromen werden als “leningen” geboekt en uit tapgesprekken en verklaringen blijkt dat contante opnames werden gebruikt om gedeelde zorggelden uit te betalen. Eerder had een bank al een brief gestuurd omtrent de ongebruikelijke contante opnames.

Het hof komt tot de conclusie dat door de zorginstelling structureel beduidend minder zorg is verleend dan gefactureerd of verantwoord. Door meer zorg te factureren dan werd geleverd, zijn de instanties die het PGB verstrekten opgelicht. Zij hebben op grond van valse facturen, declaraties, zorgovereenkomsten en verantwoordingsformulieren meer PGB-gelden uitgekeerd dan waar de budgethouder daadwerkelijk recht op had. In het geval deze instanties op de hoogte waren geweest dat er een groot deel van de zorg niet werd verleend, dan waren de PGB-gelden niet verstrekt. Uit de structurele manier van werken en de termijn waarover dit is volgehouden, leidt het hof af dat het oogmerk was gericht op wederrechtelijke bevoordeling.

Het hof stelt vast dat 4.673.959 euro in het vermogen van de zorginstelling is terechtgekomen en beoordeelt vervolgens welke invloed deze instroom heeft gehad op het totale vermogen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook vermogensbestanddelen die slechts gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn onder de witwasbepalingen vallen. Wanneer illegale opbrengsten worden vermengd met legaal vermogen, kan het volledige vermengde vermogen als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig worden aangemerkt, tenzij zich uitzonderingen voordoen zoals door de Hoge Raad genoemd: een geringe omvang van het illegale deel, een groot tijdsverloop, ingrijpende wijzigingen in het vermogen of een incidentele vermenging.

Het hof oordeelt dat van dergelijke uitzonderingen geen sprake is. Het gaat om een aanzienlijk bedrag, ruim de helft van de totale inkomsten, dat gedurende meer dan vier jaar maandelijks door onterecht verkregen PGB‑gelden in het vermogen van de zorginstelling is gevloeid. Van een incidenteel karakter is geen sprake. Omdat sprake is van structurele vermenging, kan het volledige bedrag van 8,1 miljoen euro aan PGB‑inkomsten worden aangemerkt als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig. De tenlastelegging beperkt zich tot een bedrag van € 7.809.269 euro.

Ten aanzien van de witwashandelingen stelt het hof vast dat de zorginstelling in totaal 7.809.269 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad, waarvan een deel aantoonbaar is overgedragen of omgezet. Zo is 978.640 euro overgeboekt naar Turkse bankrekeningen en uiteindelijk gebruikt voor de bouw van een appartementencomplex. Van de 894.000 euro die van de rekening van de zorginstelling naar de rekening van verdachte is overgemaakt, is ongeveer 613.000 euro contant opgenomen. Daarnaast zijn vanaf de rekeningen van de zorginstelling contante opnames gedaan ter hoogte van 3.915.822,32 euro. Uit verklaringen van een medeverdachte, verschillende budgethouders en tapgesprekken blijkt dat deze contante opnames vooral werden gebruikt om gedeelde zorggelden contant uit te betalen aan budgethouders of hun familieleden. Ook is 72.000 euro overgeboekt naar een broer van verdachte en medeverdachten.

Voor de gelden die enkel zijn overgemaakt naar de bankrekeningen van de verdachten nog het volgende. Tot 1 januari 2017 was het enkele verwerven en voorhanden hebben van direct uit eigen misdrijf verkregen gelden niet strafbaar; vanaf die datum geldt dit als eenvoudig witwassen. Dit betekent in de huidige zaak dat van de € 894.000 die de verdachte naar zichzelf heeft overgemaakt € 281.000 onder de delictsomschrijving van eenvoudig valt. De verdachte heeft immers € 613.000 contant opgenomen, maar het overige bedrag staat enkel op de rekening. De verdachte wordt voor dat deel ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof had hier echter kunnen kiezen om eenvoudig witwassen bewezen te verklaren.

Het hof oordeelt dat verdachte samen met zijn broers verantwoordelijk is voor het witwassen van de vanuit de zorginstelling opgenomen contante gelden, terwijl bepaalde handelingen, zoals de overboekingen naar Turkije, door verdachte alleen zijn gepleegd. Gelet op de lange periode waarin deze geldstromen plaatsvonden en de omvang van de bedragen, komt het hof tot het oordeel dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Deel deze pagina