Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

Op deze pagina

Vrijspraak witwassen door medewerker juwelier

Door: Dorine Stahlie, AMLC

Rechtbank Amsterdam 10-8-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5440

Een interessante zaak over de onderzoeksplicht van een juwelier bij girale betalingen, waarbij niet de rechtspersoon maar een medewerker wordt vervolgd. Ik bespreek deze zaak dan ook wat uitgebreider dan gebruikelijk. Voor deze duiding is naast het gepubliceerde vonnis ook gebruik gemaakt van krantenberichten en informatie van de officier van justitie die op de openbare terechtzitting naar voren is gebracht. Daarnaast kan worden doorgeklikt naar een bijdrage van de betrokken toezichthouder Bureau Toezicht Wwft.

Casus

Verdachte in deze zaak is medewerker van juwelier Gassan in Amsterdam. Hij was daar general sales manager en een van de topverkopers. In de periode van mei 2017 tot en met juli 2018 verkocht hij voor een bedrag van meer dan € 500.000 aan sieraden en horloges aan Naima Jillal. Dit is de dame die later (in oktober 2019) vermist raakte en van wie foto’s op een telefoon stonden die bij de arrestatie van Taghi is aangetroffen. Haar aankopen werden vanuit verschillende BV’s betaald. Die BV’s stonden niet op naam van Jilal maar op naam van een derde. In zo’n 14 maanden tijd is in totaal € 505.500 giraal overgemaakt vanaf bankrekeningen van BV’s op bankrekening van de juwelier.

De rechtbank stelt vast dat de rekeningen zijn betaald met crimineel geld; de € 505.500 is afkomstig uit enig misdrijf. Dat staat dus niet ter discussie. Waar het in deze zaak om gaat is of verdachte dit ook wist (opzet) of redelijkerwijs moest vermoeden (schuld).

Standpunt Openbaar Ministerie

Ter zitting heeft de officier van justitie onder meer het volgende naar voren gebracht. Jillal heeft voor meer dan € 500.000 luxe horloges en sieraden gekocht. Bij sommige aankopen heeft zij personen meegebracht en was het duidelijk dat de aankopen bedoeld waren voor deze meegebrachte personen. Bij de aankopen heeft verdachte de facturen op naam gezet van rechtspersonen waar de koper (of de personen die zij meebracht) formeel geen enkele binding mee had. Met betrekking tot de betalingen van de facturen had verdachte contact met een derde. Verdachte wíst dus dat iemand anders dan de feitelijke koper(s) zorg droeg voor de betalingen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in luxe sieraden en met name Rolex een sterke aantrekkingskracht heeft op personen uit het criminele circuit en dat deze personen de aankoop van dergelijke luxe producten willen verhullen. Verdachte communiceerde met Jillal onder meer via Telegram. Deze manier van communiceren is niet gebruikelijk bij klantcontacten maar komt wel veelvuldig voor binnen het criminele circuit.

Ook werd naar voren gebracht dat deze manier van werken niet gebruikelijk was binnen Gassan. Wanneer een collega van verdachte een verkoop met Jilal afrondde werd wél netjes haar naam op de factuur gezet (die overigens vervolgens niet werd betaald). Omdat de gedragingen die volgens het OM wetenschap impliceren echt aan de betreffende medewerker zijn toe te rekenen, is niet de rechtspersoon Gassan maar de individuele medewerker vervolgd. Binnen het bedrijf wordt volop aandacht besteed aan de Wwft en er zijn procedures om te voorkomen dat men zich schuldig maakt aan witwassen. Verdachte was door zijn jarenlange ervaring op de hoogte van de risico’s en van de protocollen.

Verdachte heeft de aanmerkelijke kans aanvaard dat de gelden uit misdrijf afkomstig zijn. Schuldwitwassen door verdachte kan worden bewezen.

Vonnis rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij de facturen op naam heeft laten stellen van de BV’s omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat dit BV’s van Jillal waren en dat die derde persoon de financiële man was. Volgens verdachte is het niet uitzonderlijk dat rekeningen van vermogende klanten worden betaald via BV’s en/of een financiële tussenpersoon die daarvoor is aangesteld. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte ervan op de hoogte was dat de aankopen van Jillal werden betaald door BV’s die niet van haar zijn of niet aan haar kunnen worden gelinkt. Daarnaast kon van verdachte niet worden verwacht dat hij zou onderzoeken of een dergelijke link bestond, omdat op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme als uitgangspunt geldt dat juweliers bij girale betalingen niet zijn verplicht tot een klantenonderzoek.

AMLC: Een juwelier is als bedrijfsmatige verkoper van goederen alleen ‘instelling’ op grond van de Wwft bij een contante betaling van € 10.000,- of meer. Dus niet bij een girale betaling. Klik hier voor een toelichting van Bureau Toezicht Wwft op de Wwft-verplichtingen van een juwelier.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat er in dit specifieke geval ook geen bijzondere omstandigheden zijn die toch zouden nopen tot verdergaand onderzoek door verdachte naar de relatie tussen Jillal en de BV’s. De verklaring van verdachte over de gebruikelijke wijze van betaling door vermogende klanten bij juweliers – te weten via BV’s en/of een financieel vertegenwoordiger – is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk.

Nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het plegen van de te verrichten gedraging witwassen kan niet worden bewezen dat aan de zijde van verdachte sprake is van medeplegen van dan wel medeplichtigheid aan witwassen. Verdachte wordt daarom van het primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken.

AMLC: De rechtbank motiveert dat er geen opzet bewezen kan worden maar gaat niet in op het feit dat er ook schuldwitwassen ten laste is gelegd (daarvoor is voldoende dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig is). Daarnaast oordeelt de rechtbank dat een derdebetaling door een BV bij de aankoop van dure sieraden niet noopte tot nader onderzoek voor de verkoper. Daar kan tegenover worden gesteld dat in de ‘Leidraad Wwft 2022-Kopers en verkopers van goederen’, die ook van toepassing is op juweliers, de volgende risicofactoren worden benoemd die tot een verscherpt clientonderzoek zouden kunnen leiden:

  • een andere persoon dan de koper zijn identiteit beschikbaar laten stellen ten behoeve van de koop of verkoop;
  • het goed op naam van een ander kopen;
  • het vragen om facturen op een andere naam of een ander adres te zetten;
  • een goed is bijzonder in trek bij criminelen, hun families en/of hun partners zoals exclusieve horloges.

Dat juweliers bij deze risico’s extra alert moeten zijn wanneer zij contante transacties van €10.000 of meer verrichten, wil niet zeggen dat genoemde risico’s bij girale betalingen opeens zijn verdwenen. Deze omstandigheden zouden kunnen meewegen bij de schuldvraag. Zie ook ECLI:NL:GHDHA:2022:104 waarin een Wwft-norm door het Gerechtshof werd overgeheveld naar het beoordelingskader witwassen.

Het vonnis is niet onherroepelijk; de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.