Witwasbestrijding in West-Afrika
Publicatiedatum 26-02-2026, 10:57 |
In september 2025 heeft het AMLC als trainer bijgedragen aan een trainingsprogramma van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Lomé (Togo). Het programma bestond uit meerdere trainingen: cryptocurrencies (België), terrorismefinanciering (Ivoorkust) en het gebruiken van geheime informanten (Canada). De training over TBML werd door AMLC/FIOD verzorgd. In dit artikel nemen we je mee in een aantal interessante onderwerpen waar wij meer over geleerd hebben tijdens deze training. Dit zijn: witwasbestrijding in West-Afrika, het importeren van goederen in de WAEMU en Mobile Money.
De participanten waren financieel experts betrokken bij het bestrijden van witwassen in Franstalige West-Afrikaanse landen, de Democratische Republiek Congo, Marokko en Haïti. Tussen de lessen door hebben we veel met hen gesprokken over onderwerpen zoals smokkel van cash, terrorismefinanciering en illegale goudwinning. Uit de gesprekken kwam naar voren hoe Franstalige West-Afrikaanse landen verenigd zijn in de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (hierna: WAEMU) en hoe zij de bestrijding van witwassen hebben georganiseerd. Met de hulp van een medetrainer uit Ivoorkust hebben wij dit laatste onderwerp verder uitgewerkt in het onderstaande artikel.
Let wel op: dit artikel is geen volledige uiteenzetting van het juridische kader in West-Afrika, maar is bedoeld om een beeld te geven van wat wij hebben geleerd tijdens de training in Togo.
West-Afrika bestaat uit de volgende landen: Benin, Burkina Faso, Kaapverdië, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Liberia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Senegal, Sierra Leone en Togo.
Het monetaire stelsel en samenwerkingen in de WAEMU
In 1994 werd de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (WAEMU) opgericht. De WAEMU is een unie van acht Franstalige West-Afrikaanse staten, namelijk: Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinee-Bissau, Mali, Niger, Senegal en Togo. Dit samenwerkingsverband heeft als doel de economische integratie te bevorderen tussen landen die een gezamenlijke munteenheid delen, de West-Afrikaanse CFA-franc. De CFA-franc wordt uitgegeven door de centrale bank van de acht landen die in de WAEMU deelnemen, in het Frans aangeduid als de Banque Centrale des États de l'Afrique de l'Ouest (hierna: BCEAO). De CFA-franc heeft een vaste wisselkoers. Sinds 1 januari 1999 is de koers gekoppeld aan de euro. De Franse Centrale bank, oftewel de Banque de France, staat garant voor de CFA-franc.
Let op: er bestaat zowel een West-Afrikaanse CFA-franc, aangeduid als XOF als een Centraal-Afrikaanse CFA-franc aangeduid als de XAF.
De WAEMU is ook een douane-unie, dit betekent vrij verkeer van goederen tussen de lidstaten. De importtarieven aan de buitengrens van de WAEMU zijn in principe gelijk. Het BTW-tarief voldoet aan een richtlijn (hoog 15-20%, laag 5-10%).
West-Afrikaanse Monetaire Zone (WAMZ)
Dit samenwerkingsverband is in 2000 opgericht en richt zich op het creëren en introduceren van een stabiele munteenheid in de Engelsprekende West-Afrikaanse landen. De munt moet kunnen concurreren met de eerder omschreven West-Afrikaanse CFA-Franc. Deelnemende landen zijn: Gambia, Ghana, Guinee, Liberia, Nigeria, Sierra Leone.
Economic Community of West African States (ECOWAS)
Dit samenwerkingsverband is in 1975 opgericht en richt zich op economische samenwerking en ontwikkeling van de deelnemende landen. De deelnemende landen zijn: Benin, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Liberia, Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Togo.
Alliantie van Sahel Staten
Dit samenwerkingsverband is in 2023 opgericht en richt zich op het creëren van een collectief defensiesysteem en een economische en politieke unie om de soevereiniteit te beschermen. Deelnemende landen zijn: Mali, Burkina Faso en Niger.
Witwasbestrijding in de WAEMU
De deelnemers van de training waren voornamelijk afkomstig uit WAEMU lidstaten. Wij gaan in dit artikel dan ook dieper in op de witwasbestrijding binnen dit samenwerkingsverband. De WAEMU lijkt in de witwasbestrijding op sommige gebieden op de Europese Unie waar onze anti-witwasregelgeving voornamelijk op gebaseerd is. Zo zijn zij via de Inter-Governmental Action Group against Money Laundering in West Africa, bekend als de GIABA, betrokken bij de FATF. Zodoende heeft de WAEMU gehoor gegeven aan de aanbevelingen van de FATF om Financial Intelligence Units op te zetten. De rol van de FIU wordt vervuld door de Cellule Nationale de Traitement des Informations Financières, afgekort als CENTIF (in het Nederlands vertaald: Nationale Eenheid voor Financiële Informatieverwerking). Iedere lidstaat heeft zijn eigen CENTIF. De CENTIF’s vallen onder de verantwoordelijkheid van de respectievelijke Ministeries van Financiën van de lidstaten.
Alle CENTIF’s werken conform één uniforme wet: de Loi Uniforme LBC/FT/FP (hierna: de Loi Uniforme). Deze communautaire wet is in bepaalde maten vergelijkbaar met ons systeem. Zo is de Loi Uniforme een overkoepelende wet van de WAEMU welke in de lidstaten wordt uitgewerkt in nationale wetgeving. Dit lijkt op ons systeem met de AML-richtlijnen van de Europese Unie en de daaruit voortkomende wetgeving in nationale wetten. Daarnaast is het doel van de wet ook vergelijkbaar aangezien de afkortingen in de naam (LBC/FT/FP) staan voor witwassen/terrorisme financiering/proliferatie financiering. Toezicht op de implementatie en toepassing van de Loi Uniforme is gelegen bij de BCEAO.
Het melden van verdachte transacties
Op basis van de Loi Uniforme hebben financiële instellingen bepaalde verplichtingen die wij ook kennen in de Wwft. Zo moeten financiële instellingen een risicoclassificatie ontwikkelen voor cliënten, bepaalde transacties melden en processen inrichten voor de verplichtingen uit de wet. Op grond van deze wet moeten instellingen verdachte transacties melden. Er bestaan twee verschillende soorten meldingen van verdachte transacties. Allereerst bestaat de Déclaration d’Opération Suspecte (DOS): ofwel de melding van verdachte transacties. Deze melding is vergelijkbaar met onze subjectieve indicator. Zo moeten instellingen, onder andere, transacties en alle pogingen tot transacties melden waarvan een (redelijk) vermoeden bestaat dat zij afkomstig zijn uit bijvoorbeeld witwaspraktijken of een ander strafbaar feit. Ten tweede bestaan ook de Déclaration Systématique des Transactions en Espèces (DSTE): ofwel de systematische melding van contante transacties, vergelijkbaar met onze objectieve melding. De grens voor het doen van een DSTE-melding ligt op 15.000.000 XOF. Ook in de WAEMU geldt dat niet alleen enkele transacties maar ook transacties die verband met elkaar lijken te houden gemeld moeten worden.
Financiële instellingen in de WAEMU moeten onder de Loi Uniforme diverse KYC‑maatregelen toepassen, waaronder het identificeren en verifiëren van cliënten en uiteindelijke begunstigden, het opstellen van een cliëntenprofiel, doorlopende monitoring en het melden van verdachte transacties aan de CENTIF. De drempelbedragen die gelden voor de toepassing van de Loi Uniforme zijn volgens het Besluit N°021/2023/CM/UMOA van 21 december 2023 als volgt:
| Welke instelling | Drempelbedrag | Bedrag in euro's | Verplichting |
| Niet Financiële Ondernemingen en Beroepen (o.a. handel) | 5.000.000 XOF | €7.620 | Drempel vanaf wanneer zij moeten voldoen aan de voorschriften van de Loi Uniforme (art. 2 Besluit) |
| Niet Financiële Ondernemingen en Beroepen (o.a. handel) | 15.000.000 XOF | €22.900 | Melding contante transacties bij de CENTIF (DSTE) (art. 8 Besluit) |
| Financiële instellingen | 9.000.000 XOF | €13.740 | Identificatie + doorlopende waakzaamheid + UBO onderzoek indien van toepassing (v.a. 10% belang) (art. 3 Besluit) |
| Financiële instellingen | 15.000.000 XOF | €22.900 | Melding contante transacties bij de CENTIF (DSTE) (art. 8 Besluit) |
| Kansspelinstellingen | 1.000.000 XOF | €13.740 | Identificatieplicht + monitoring, ook indien fiches in delen zijn gekocht (art. 6 Belsuit) |
| ANBI’s | 1.000.000 XOF | €13.740 | Bijhouden van een register inclusief identiteit donateur (art. 7 Besluit) |
| ANBI's | 3.000.000 XOF | €4.580 | Melding transactie bij de CENTIF (DSTE) (art. 7 Besluit) |
Uit de tabel blijkt dat zowel de grens voor het aanmerken van iemand als UBO als de grens voor het zijn van Wwft-plichtige voor handelaren lager liggen dan in Nederland. In Nederland wordt iemand namelijk pas als UBO aangemerkt bij meer dan 25% en onder het AML-pakket vanaf 25%. (Ver)kopers van kunstvoorwerpen zijn pas Wwft-plichtig bij girale (of tot 1 januari 2026 contante betalingen) van 10.000 of meer.
Goed om te vermelden is dat in de Loi Uniforme ook het strafartikel van witwassen is opgenomen. De strafbaarstelling van witwassen in de WAEMU lijkt in veel opzichten op de Nederlandse strafbaarstelling uit 420bis Sr. Ook in de WAEMU kennen zij opzetwitwassen, een schuldvariant maar ook witwassen in beroep of bedrijf. Daarnaast lijken ook de bestanddelen enigszins op elkaar, zo is het niet nodig om een gronddelict te kennen, maar spreekt men van ‘enig misdrijf’. De straffen liggen hoger dan in Nederland, deze liggen namelijk tussen de drie tot zeven jaar en kunnen verdubbeld worden bij verzwarende omstandigheden, zoals het maken van een gewoonte.
Importeren in de WAEMU
Een van de participanten, een kapitein van de Togolese douane, vertelde ons over het bestaan van Règlement 06/2024. Het reglement is onderdeel van het monetaire beleid van de WAEMU en ziet toe op de internationale financiële stromen. Het is geldig in alle lidstaten van de WAEMU. Formeel zijn de bepalingen uit het reglement niet gericht op het voorkomen van kapitaalvlucht; er zijn namelijk geen maxima gesteld op bedragen die giraal de WAEMU verlaten. Eén van de voorwaarden voor het verrichten van transacties van/naar landen in de WAEMU is dat betalingen boven bepaalde drempelbedragen een bestemming moeten hebben die in de regelgeving zijn vastgelegd, dit wordt aangeduid als een wettelijke bestemming (in het Frans: domiciliation).
Dat is bijvoorbeeld het geval bij internationale betalingen in het kader van de import van goederen die boven een bedrag van XOF 20.000.000 (€30.480) uitkomen. Het reglement bepaald dat bij dergelijke betalingen de opdrachtgever goedkeuring moet krijgen van een erkende tussenpersoon (dit is altijd een bank). De bestemming waar naar geëxporteerd wordt (in dit geval West-Afrika) moet blijken aan de hand van een factuur van de leverancier. Voorts moet opgemerkt worden dat een pro forma factuur in principe geen betaling in gang kan zetten. Het is slechts een voorlopig document dat een overzicht geeft van de specificaties en kosten van de goederen alsmede de leveringsvoorwaarden.
Als de betaling is goedgekeurd dan geeft de bank een importcertificaat af (attestation d’importation) voorzien van de stempel en een handtekening van de bank. Op het certificaat staan zaken vermeld zoals de hoeveelheid goederen, het gewicht, het bedrag van de factuur die de betaling heeft ondersteund, het dossiernummer van de afgevende bank. Bij inklaring van de goederen wordt het afgegeven importcertificaat door de Douane geviseerd. Import met een waarde boven voornoemd drempelbedrag zonder het vereiste importcertificaat is niet mogelijk. Verschillen in gegevens op de bij inklaring overlegde factuur en de gegevens op het importcertificaat kunnen reden zijn om de invoer van goederen in de WAEMU tegen te houden aan de grens.
Toezicht
Toezicht op de correcte afgifte van importcertificaten door banken is de taak van de BCEAO. Onregelmatigheden moeten als verdachte transactie gemeld worden bij de CENTIF. Lidstaten mogen afzonderlijk van elkaar (met toestemming van de WAEMU) tijdelijke beschermende maatregelen toepassen op de import van bepaalde goederen. Dat kan zijn een verbod, een quota of een seizoensgebonden importstop. Zo kent Senegal jaarlijkse seizoensgebonden importstops voor uien (en deels voor aardappelen).
Zoals bij veel wet- en regelgeving worden ook voor deze regels manieren bedacht om ze te omzeilen. Denk bijvoorbeeld aan het opknippen van leveringen om onder het drempelbedrag te blijven. Een andere methode is het verlagen van de importfactuur, oftewel een vals document opmaken om zo lagere invoerrechten en BTW te betalen. Tot slot kan men denken aan het aan land brengen van goederen middels kleinere boten die pendelen tussen een groot vrachtschip en de kust. Bij deze methode is er sprake van smokkel, aangezien er geen invoeraangifte wordt gedaan. Dit kan ook plaatsvinden via de uitgestrekte landsgrenzen van de WAEMU.
Casuïstiek
Een andere manier waarop de wet- en regelgeving kan worden omzeild is door het opmaken van pro forma facturen voor goederen die naar een West-Afrikaans land gaan. De afnemer vraagt de leverancier om een (proforma) factuur op te maken. Uiteindelijk wordt het bedrag van de facturen netjes betaald, maar dit gaat niet via de afnemer maar via derden. Door contante betalingen of betalingen van derden te accepteren zonder onderzoek te doen neemt de leverancier de kans om deel te nemen aan witwassen van crimineel geld. Hij zou als facilitator aangemerkt kunnen worden. De betalingen die de leverancier ontvangt hebben bovendien kenmerken die wijzen op witwassen (ronde bedragen, geen omschrijving, betaald door buitenlandse branchevreemde partijen, niet logische vestiging). Volgens de geldende wetgeving in de WAEMU zouden er met deze pro forma factuur geen geldbedragen kunnen worden overgeboekt, er staan immers geen goederen tegenover. Echter, we zien dit wel gebeuren. Derde betalingen lijken in bepaalde gevallen de plek in te hebben genomen van contante betalingen. Mogelijk worden de contanten in een minder streng aangrenzend land in het financieel stelsel binnengebracht.
Bancaire inclusie en Mobile Money
Tot slot gaan we nog in op Mobile Money. Dan rijst wellicht als eerst de vraag, wat is dit? Mobile Money is een systeem waarmee gebruikers via een wijdvertakt agentennetwerk contant geld kunnen omzetten in Mobile Money. Vervolgens kunnen gebruikers met dit omgezette geld rekeningen betalen en geld naar andere gebruikers sturen. Mobile Money biedt ook producten aan als spaarrekeningen en verzekeringen. Kredietverstrekking is niet toegestaan. Afhankelijk van de vraag of het Mobile Money-account gekoppeld is aan een bankrekening is de dag limiet voor het storten en opnemen van contanten of het digitaal overmaken van account naar account beperkt tot maximum XOF 300.000 en XOF 500.000 (resp. €450 en €750).
Opvallend is dat in de eerste aflevering van een Franstalige podcast “Mobile Money 101 – Le Talk” naar voren komt dat slechts 25% van de bevolking van de WAEMU toegang heeft tot traditionele bancaire producten. Met de komst van aanbieders van Mobile Money is het percentage van de bevolking dat toegang heeft tot het bancaire systeem gestegen naar 40%. Contant geld blijft echter de meest gebruikte betaalmethode. Dit is anders dan in Nederland waar girale betaalmethoden de boventoon voeren.
Beperkingen van Mobile Money
Ondanks de positieve ontwikkeling dat meer mensen toegang hebben tot het bancaire systeem kan Mobile Money ook misbruikt worden. Een voorbeeld hiervan is wanneer een simkaart van eigenaar A naar B wordt overgedragen. Het account of de elektronische portemonnee is namelijk gekoppeld aan een telefoonnummer. Bij het verkrijgen van een telefoonnummer doormiddel van het aanschaffen van een simkaart moet iemand zich registreren. Maar wanneer de simkaart vervolgens wordt overgedragen zonder dat de identiteitsgegevens worden bijgewerkt naar die van de nieuwe eigenaar, is de daadwerkelijke gebruiker anoniem. Het risico hiervan bleek uit een casus die tijdens de cursus werd gedeeld. In die zaak kreeg de politie pas zicht op de Mobile Money transacties na het uitlezen van een gevorderde telefoon.
Een andere manier waarop het risico wordt gemitigeerd is het feit dat er voor het starten van een Mobile Money onderneming een vergunning vereist is van de BCEAO. De BCEAO beschikt over een speciale fintech afdeling die de vergunningen afgeeft en toezicht houdt op het correct naleven daarvan. Mobile Money ondernemingen worden aangemerkt als fintechs. De maximumboete voor niet naleving van de regelgeving kan een bedrag van XOF 300.000.000 (460.000 euro) bereiken. De BCEAO heeft onlangs meerdere vergunningen ingetrokken.
Conclusie
Ons korte bezoek heeft interessante inzichten opgeleverd en het beeld van de witwasbestrijding in West-Afrika werd verder ingekleurd. In een paar dagen tijd hebben wij veel kunnen leren van de participanten. Ondanks de geografische afstand zijn er veel overeenkomsten te vinden tussen de aanpak van deze vorm van ondermijnende criminaliteit. Met dit artikel hopen wij meer inzicht te hebben gegeven in de witwasbestrijding in West-Afrika en het belang van samenwerken over de grenzen heen.